Terug

Katwijkers in het Oranjehotel

Het is Mei 1940, de eerste Duitse krijgsgevangenen worden het huis van bewaring in Scheveningen binnengebracht. Dit biedt in de meidagen onderdak aan de soldaten die gevangengenomen zijn tijdens de gevechten in en om de Residentie. Na de Nederlandse capitulatie op 15 Mei 1940 zal het vijf jaar duren voordat het dan voormalig “Oranjehotel” weer Duitse gasten zou ontvangen.

Gevorderd

Het huis van bewaring in Scheveningen wordt net als vele andere openbare instellingen overgenomen door de bezetter. In het cellencomplex gelegen aan de Van Alkemadelaan in Scheveningen worden de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis en de Deutsches Polizei gefängnis gevestigd. De cellenbarakken zijn in 1919 in gebruik genomen door de Nederlandse overheid. In deze periode diende de penitentiaire instelling grotendeels om kortgestraften te detineren. Kleine criminelen als dieven, landlopers, smokkelaars en dienstweigeraars werden er in afwachting van hun berechting opgesloten of zaten er een korte gevangenisstraf uit.

Het “Oranjehotel”

Een levendige herinnering aan de gruwelen van het Oranjehotel E. Wolthaus

Omdat er in de oorlog veel verzetsmensen worden opgesloten krijgt de Deutsche Polizei gefängnis in de volksmond al snel de geuzennaam het “Oranjehotel”. Het exacte aantal Nederlanders dat op enig tijdstip opgesloten heeft gezeten is niet helemaal duidelijk, dit gezien het feit dat de administratie door de Duitsers grotendeels vernietigd is. Op 7 Juni 1944, de dag na de geallieerde invasie in Normandië, werden alle gevangenen uit het Oranjehotel naar het concentratiekamp Vught overgebracht.

Dertigduizend

Gedurende de oorlogsjaren hebben in het Oranjehotel telkens ongeveer twaalfhonderd tot vijftienhonderd gevangenen gezeten. Hoeveel in totaal is niet precies bekend, maar schattingen gaan tot dertigduizend. Gemiddeld zat men één tot drie maanden in het Oranjehotel, soms met vier of vijf personen in één cel. Na berechting volgde soms vrijlating, maar meestal volgde er transport naar Duitsland of in tweehonderdvijftien gevallen de doodstraf. In de beruchte dodencel nr. 601 brachten ter dood veroordeelden hun laatste uren door voordat ze op de nabij gelegen WaalsdorpervlakteDuingebied bij Den Haag waar meer dan 250 Nederlanders zijn geëxecuteerd. geëxecuteerd werden.

Gedenk hun laatste gang
door deze lage poort,
hun leven
voor vrijheid en voor recht gegeven.
Zet hun strijd voort!

Anthonie Donker

voormalig gevangene Oranjehotel.

Geestelijke verzorging

De geestelijk verzorging van de gevangenen was in handen van Ds. Bos en Kapelaan Bakker. Gerrit Bos werd in 1936 beroepen bij de Nederlands Hervormde Kerk in Den Haag, en twee jaar later ook benoemd tot “bajes dominee”. Hij had dus, voordat de Duitsers er introkken, al contact met de strafgevangenis en haar bewoners. Hij kreeg het uiteindelijk na veel moeite gedaan dat hij ook aandacht mocht besteden aan de geestelijke verzorging van de politieke gevangenen. Bos, samen met de kapelaan Bakker, besloot in de eerste instantie met de Duitsers te gaan onderhandelen over voortzetting van contact met de gevangenen. Bij een bezoek aan de betrokken commandant werden beide geestelijken echter als kwajongens weggestuurd onder het dreigement, dat ze moesten oppassen om niet zelf achter de tralies te belanden.

In september 1940 kreeg Gerrit Bos hulp uit onverwachte hoek: een Duitse gevangenenbewaakster –Frau Oberin, een vrome, katholieke vrouw uit Krefeld- klaagde namelijk haar nood bij de Duitse gevangenisleiding over het gebrek aan geestelijke verzorging van de gevangenen. Deze stem werd wèl gehoord, en zo gebeurde het, dat Gerrit Bos verzocht werd om bij de rechterhand van Rauter te verschijnen, de Generaal-majoor Dr. Wilhelm Harster; hij was de hoogste autoriteit van de Duitse politie in Nederland, zetelend op het Binnenhof in Den Haag. Daarmee kreeg Bos de gelegenheid om kerkdiensten te houden en gevangenen in hun cel te bezoeken. Die kerkdiensten werden gehouden in een als amfitheater ingericht lokaal op de eerste verdieping, waar een smalle ijzeren trap naar toe leidde. De gevangeniskerk was een ruimte zonder enig decor, met rijen eenpersoonshokjes, van voren afgesloten met gaas en van achteren met een deurtje. De dominee kon de kerkgangers wèl zien en zij hèm ook, maar de kerkgangers elkààr niet.

Katwijkers en Rijnsburgers opgesloten

Onder de geschatte dertigduizend gevangen die tijdens de oorlog in de Scheveningse gevangenis zaten waren ook een aantal Katwijkers en Rijnsburgers. Exacte namen en aantallen zijn moeilijk te geven, maar van de volgende personen is bekend dat zij tijdens de oorlog enige tijd in de Scheveningse gevangenis hebben doorgebracht. Op 2 April 1941 werden de Katwijkse leden van de Stijkelgroep Maarten Hoek en de zwagers Arie en Willem van der Plas na hun arrestatie opgesloten in het Oranjehotel. Gevolgd in September 1941 door een aantal Rijnsburgse gijzelaars die door de Grüne Polizei gevangengenomen waren vanwege het versieren van de Wilhelminaboom op 31 Augustus van dat jaar.

Gerard Brouwer Genealogie Katwijk

Op 16 Maart 1942 waren het de Katwijkse gemeente ambtenaar Johannes Huijsman en winkelier Gerard Brouwer die na hun arrestatie wegens wapenbezit en ander illegaal werk werden opgesloten in de Scheveningse strafgevangenis. Beiden werden in Augustus 1942 naar Duitsland vervoerd waar Huijsman in Kamp Rathenow overleed en Brouwer in de gevangenis van Rheinbach, Noordrijn Westfalen.  Op 23 Maart 1942 werd de grondwerker Cornelis van Duijvenvoorde gearresteerd wegens het in bezit hebben van een wapen. Hij verbleef tot Juli 1942 in het Oranjehotel. Na een verblijf van vijf maanden in Kamp Amersfoort kwam hij tenslotte op  1 December 1942 in aan in Kamp Neuegamme waar hij in op 8 November 1943 overlijdt.

In Februari 1944 werd de Rijnsburgse burgemeester Geert Hermans samen met zijn vrouw gearresteerd door de SD en naar Scheveningen afgevoerd. Zijn vrouw wordt na enige tijd weer vrijgelaten, maar Hermans zelf wordt eveneens op transport gesteld naar concentratiekamp Neuegamme. De Katwijkse verzetsvrouw Jobje Barnhoorn verblijft tenslotte begin 1945 nog enige tijd in de beruchte gevangenis aan de Van Alkemadelaan.

Verraders

Na de bevrijding in Mei 1945 zaten de Scheveningse cellenbarakken vol met politieke misdadigers en NSB‘ers. Het voormalig Oranjehotel werd tevens de laatste verblijfplaats van propagandist Max Blokzijl en Anton Mussert, leider van de Nederlandse Nationaal Socialistische Beweging, voordat hij op de vroege morgen van 7 Mei 1946 op de Waalsdorpervlakte werd gefusilleerd. Ook Hans Albin Rauter, höherer SS- und Polizeiführer in Nederland, heeft er voorafgaand aan zijn proces in het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag, gevangengezeten.

Stichting Oranjehotel

De uitnodiging van de Stichting Oranjehotel aan een Katwijkse school voor de herdenking van september 1965. E. Wolthaus

Na de oorlog werd de Stichting Oranjehotel opgericht. Doel van deze stichting is het in stand houden van de nagedachtenis aan het Oranjehotel 1940 – 1945 in stand binnen de Penitentiaire Instelling Haaglanden in Scheveningen. Jaarlijks wordt er op Ieder jaar wordt er op de laatste zaterdag in september een herdenking gehouden. Hierbij zijn naast een aantal ex-gevangenen en hoogwaardigheidsbekleders ook leerlingen van scholen in Nederland aanwezig. In September 1965 was het de beurt aan een Katwijkse school om ons dorp te vertegenwoordigen tijdens de jaarlijkse herdenking.

Piet Kuijt en het massagraf op de Waalsdorpervlakte Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook