Terug

Versiering van de Wilhelminaboom

De eerste daad van verzet

Zangvereniging De Lofstem geeft een uitvoering ter ere van het planten van de Wilhelminaboom op 4 september 1898.

Zangvereniging De Lofstem geeft een uitvoering ter ere van het planten van de Wilhelminaboom op 4 september 1898. Genootschap Oud Rijnsburg

Op 31 augustus 1880 werd er in ons koningshuis een prinsesje geboren. Men noemde haar Wilhelmina Helena Pauline Maria en als Koningin Wilhelmina zou zij Nederland van 1940 tot 1945 door 5 jaar oorlog en bezetting leiden. Ter ere van haar 18e verjaardag werd in Rijnsburg door de gemeenteraad besloten om een boom te planten.

Gekozen werd voor een plaats centraal in het dorp aan de Vliet NZ recht tegenover de Kerkstraatbrug. Op 4 september 1898 werd de boom feestelijk geplant door burgemeester Meijboom in aanwezigheid van de gemeenteraad. De omringende festiviteiten werden luister bijgezet door zangvereniging De Lofstem. Er werd een houten vlonder over de Vliet geconstrueerd waarop het koor een uitvoering gaf van een opera van Richard Wagner. Tevens werd er een smeedijzeren hek met de plantingsdatum en een beeltenis van de jonge Wilhelmina om de boom geplaatst.

Oranje boven!

Oranje sigaretten zoals uitgeworpen boven Nederland in de nacht van 30 op 31 augustus 1941.

Oranje sigaretten zoals uitgeworpen boven Nederland in de nacht van 30 op 31 augustus 1941. A. Niewold

Na de Duitse inval in 1940 werd de boom voor de Rijnsburgers een symbool van lijdelijk verzet tegen de bezetter. Het koningshuis was in de ban gedaan en het opschrift en portret van Wilhelmina waren op last van de Duitsers verwijderd van het hek rond de boom. Op zondagmorgen 31 augustus 1941 werden de Rijnsburgers die langs de Vliet naar de kerk gingen verrast door het aangezicht van een oranje versierde Wilhelminaboom. In de nacht van zaterdag op zondag had een aantal dorpsgenoten de boom versierd met oranje vlaggen en lampions. Er hing een spannende en overmoedige sfeer in het dorp en er werden spontaan overal oranje goudsbloemen bloemen in vensterbanken geplaatst. Door geheel Nederland waren er soortgelijke spontane acties. Er werden die dag circa 150 mensen gearresteerd.

Steun uit Londen

Ook vanuit Londen droeg de Nederlandse regering in ballingschap mee aan de viering van de verjaardag van Wilhelmina. In de nacht van 30 op 31 augustus wierpen engelse vliegtuigen pakjes oranje sigaretten uit boven Nederland. Ze droegen het opschrift ‘V-Nederland zal herrijzen’, ‘Oranje zal overwinnen’ en 31 augustus 1941, deze sigaretten waren vervaardigd uit Nederlands Indische tabak. Ook werden er rood-wit-blauwe voorwerpen als lucifersdoosjes, theezakjes en foldertjes afgeworpen die moesten zorgen voor hoop op de overwinning.

Opstootjes in het dorp

De Duitsers reageerden met harde hand op deze provocatie. Geuniformeerde functionarissen van de NSDAP eisten dat de versiering per direct verwijderd zou worden waarop er een oploopje ontstond dat uitmondde in rellen in het dorp. Haastig opgetrommelde soldaten verschenen te tonele en sloegen ruiten in van huizen waar oranje bloemen voor de ramen stonden. Er onstonden schermutselingen waarbij er door de bewoners van de Brouwerstraat met stenen werd gegooid.  Een Duitse soldaat raakte hierbij gewond waarna er door de in het nauw gedreven soldaten in de lucht werd geschoten. De rust werd hersteld toen een patrouille van de Sicherheits Polizei arriveerde, echter het bleef de hele avond en nacht onrustig in het dorp.

Sla dood die Rotmoffen, onze dag komt, Oranje boven!

Bewoners van Rijnsburg

31 augustus 1941

Gijzelaars

De versiering werd van de boom verwijderd maar de spanning en geruchten namen toe. Men dacht nog dat deze actie van vaderlandsliefde zonder verdere gevolgen zou blijven, maar niets was minder waar. Op maandagochtend 1 september verscheen de Grüne Polizei in overvalwagens in het dorp en arresteerde als represaille maatregel 30 jonge mannen. Deze werden aangewezen door Arie van I., een opperhopman van de WA, die in Rijnsburg goed bekend was. Daan van Egmond stond net de was te stampen toen hij hoorde dat er een razzia gaande was. Op het moment dat hij polshoogte kwam nemen werd hij zonder pardon opgepakt. Hij mocht nog een jas pakken waarna hij zich met de 30 andere Rijnsburgers moest verzamelen in de Wilhelminaschool in de Kerkstraat. Daar werden ze in overvalswagens gezet en vervolgens afgevoerd naar de strafgevangenis in Scheveningen. Daar werden ze zonder verhoor met harde hand in de cel gegooid. Een gedeelte van groep kwam daarna in kamp Schoorl terecht. Tevens werden burgemeester Höweler, gemeentesecretaris Van Dijk,  Ds Van der Loo en degenen die verantwoordelijk waren voor het versieren van de boom gearresteerd. Henk den Haan uit de Hofstraat had geluk, hij was ook aangewezen door van I., maar op het moment van de razzia was hij net niet thuis.

Maatregelen voor de achterblijvers

De Dubbele Buurt voor de oorlog.

De Dubbele Buurt voor de oorlog. Genootschap Oud Rijnsburg

Voor de achtergebleven inwoners van Rijnsburg had het versieren van de Wilhelminaboom ook consequenties. Op 6 september werden alle radiotoestellen in beslag genomen en opgeslagen op de zolder van de Wilhelminaschool. Er werd een avondklok ingesteld waarbij men een week lang voor 18:00 binnen moest zijn en de gemeente kreeg daar bovenop ook nog eens een geldboete van 10.000 gulden. Ook werd er de maandag na het versieren van de boom voor de omliggende buurt door de Duitsers een evacuatiebevel uitgevaardigd. Het gezin Hoogstraten woonde op dat moment in de Dubbele buurt waar die zondag ook overal oranje goudsbloemen voor de ramen hadden gestaan. Met behulp van vrienden is het gezin op de woensdag daaropvolgend met de de kolenschuit van de firma Wed. J. v.d. Zwam, Brandstoffenhandel verhuisd naar Leiden, waar men introk bij familie. Vrijdags daarop kwam vader Hoogstraten via zijn werkgever Koekfabriek “Pauwtje” Ravensbergen op het Rijnsburgse gemeentehuis om bonnen voor de koekfabricage op te halen, toen de order van evacuatie door de bezetter werd ingetrokken. Om onbekende reden keerde het gezin Hoogstraten pas in 1946 terug naar Rijnsburg waar men een door de overheid gevorderd huis aan de Sandtlaan betrok. Voor zover bekend was de familie Hoogstraten uiteindelijk de enige die gehoor heeft gegeven aan het kortstondige evacuatiebevel. Vader Hoogstraten is altijd een fervente Oranjeklant gebleven, na de oorlog is hij jarenlang voorzitter van de Rijnsburgse Oranjevereniging geweest.

Kamp Amersfoort

Ds. Van der Loo, één van de Rijnsburgse gijzelaars.

Ds. Van der Loo, één van de Rijnsburgse gijzelaars. Genootschap Oud Rijnsburg

De in Schoorl en Scheveningen opgesloten Rijnsburgers werden naar Polizeiliches Durchgangslager  Amersfoort overgebracht en daar voor 2 maanden geïnterneerd. In die periode werden ze gedwongen om kelders te graven voor nieuwe gebouwen in het kamp en om op het land te werken. Het was voor de mannen hard werken en weinig eten. Er werd afgesproken om onder geen voorwaarde over Rijnsburg te praten. Ondanks het feit dat de Rijnsburgers in allerlei commando’s zaten en in verschillende barakken verbleven zochten ze elkaar toch steeds op. Er werd zes dagen in de week en negen uur per dag gewerkt. Een werkdag begon om iets over 08.00 uur, direct na het ochtendappel dat om 07.30 uur werd gehouden. Na de bel van 12.00 uur werden de gevangenen in de gelegenheid gesteld hun middagmaal te nuttigen. Dan weer aantreden voor het middagappel. Vervolgens werd er gewerkt van 13.00 tot 18.00 uur (in de winter van 1941 werd er zonder middagpauze doorgewerkt tot 17.00 uur). Was het appèl in de ochtend kort, ’s avonds kon een appèl enkele uren duren. Het kwam geregeld voor dat de gevangenen om 20.00 uur nog op de appèlplaats stonden. Op zondag werd er niet gewerkt en dan probeerde men zo goed en kwaad als het ging om onder leiding van de gereformeerde Ds Van der Loo achter een barak een godsdienstoefening te houden. Men was volledig van de buitenwereld afgesloten, post en pakketjes van thuis kregen ze niet. Het weer was die negen weken zonnig en warm, dat hield de Rijnsburgers grotendeels op de been. Hun grootste angst was om weggevoerd te worden naar het Oosten. Men leefde met de dag, als je tijdens het ochtendappel niet geselecteerd werd mocht je nog een dag blijven. Kamp Amersfoort was een klein, provisorisch kamp. Door de centrale, afgelegen ligging en gebrekkige controle, kon het kamp – in de periode tot 1943 – uitgroeien tot een wrede, wanordelijke, in zichzelf gekeerde gemeenschap. Zelfs voor Duitse begrippen.

Tussenkomst van de NSB

Het duurde niet lang voordat Daan van Egmond weer werd vrijgelaten uit het kamp. Met zijn broer en een stuk of 8 andere Rijnsburgers mocht hij in het kader van de voedselvoorziening weer naar huis. Dit had de vader van Piet en Dirk Wessel geregeld. Hij woonde in de Brouwerstraat en zijn overbuurman Dhr. B, was prominent lid van de NSB en de WA.  B. was reeds voor de oorlog lid geworden van de partij en zou hiervoor op 21 November 1943 uit de handen van commandant A.J. Zondervan het WA Strijdersteeken ontvangen. Vader Wessel had aan B. gevraagd of hij niets voor zijn zoons kon doen. Hij wendde daarop zijn invloed aan met als gevolg dat de jongens werden vrijgelaten. Ze kregen hun eigen kleding weer terug en de mededeling dat ze met geen woord mochten spreken over wat ze in Kamp Amersfoort hadden gezien. De vader van Daan van Egmond had een kwekerij en moest 50% van zijn grond ter beschikking stellen voor de voedselvoorziening. Hier werd dan in plaats van bloemen, groente en tarwe op verbouwd. Ieder jaar moesten de percelen opgemeten worden en daarna door landmeters gecontroleerd of er nog aan de verplichtingen werd voldaan.

Weer naar huis!

Na twee ruim maanden ontberingen kwam op plotseling het bericht dat de rest van de Rijnsburgers die middag zou worden vrijgelaten. Ze werden voorzien van reispapieren en gingen, om te voorkomen dat ze weer opgepakt zouden worden, in kleine groepjes naar het station op weg naar huis. Met gemillimeterd haar en zo mager als een lat arriveerden de mannen op 30 oktober 1941 terug in het dorp. De rest van de oorlog zat de angst er goed in en er werd met geen woord gerept over wat ze allemaal in gevangenschap hadden meegemaakt. Na de terugkeer van de gijzelaars kwam het georganiseerd verzet pas goed op gang, er werd onderdak verleend aan onderduikers en sabotage gepleegd. De actie van het versieren van de Wilhelminaboom werd landelijk nieuws en zou uiteindelijk zelfs een plaatsje krijgen in de serie oorlogsboeken van Dr. Lou de Jong. Na de bevrijding werden het opschrift en het portret weer teruggeplaatst. De Wilhelminaboom is voor Rijnsburg het symbool voor vrijheid en verbondenheid van Nederland met Oranje.

De lijst met Rijnsburgse gijzelaars, september – oktober 1941

Cor Bedekker,  Dirk ?,  Just Boekee,  Arris v/d Brink,  Casper Brussee,  Cornelis van Delft,  Gerrit van Delft,  J.J. Van Dijk,  Nic. van Egmond, Gerrit van Egmond,  Wim van Egmond,  Henk Grimbergen,   D.G. Den Haan,  Jan van Iterson,  Albert van Klaveren,  Toon De Kluyver,  Kees Kromhout,  Jan Kromhout,   Piet De Koning,  Sam Kralt,  Ds C.M. Van der Loo,  Arie v/d Meij,  Henk de Mooy,   Arie van Muyen,   Adriaan van Nieuwkoop,  Jac. Noort,  Jan Rodenburg,  Piet van Vliet, Meester de Vries, Nico Zandbergen,  Daan van Egmond,  Piet Wessel,  Dirk Wessel.

Mist u nog een naam op de lijst?  Laat het ons dan via de website even weten.

Verraad en verzet aan de Zwarteweg Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook