Terug

Rijnsburg en de NSB

Hoeveel eigenlijk?

Hoeveel NSB-ers waren er nu in Rijnsburg tijdens de oorlog? Het antwoord dat men dan krijgt loopt in de regel nogal uiteen. Slaat men er de publicatie “Rijnsburg tijdens de Duitsche bezetting” op na, die historicus en verzetsman Simon Leenheer precies een jaar na de oorlog schreef, komt men op het getal 293. Het werkelijke aantal zal ergens in het midden liggen. Wel voegt iedereen er steevast aan toe; “maar ze hebben niemand verraden hoor”. Dit laatste is één ding waar we zeker van kunnen zijn.

Verkiezingen

Een NSB partijprogrammaboekje uit 1931.

Een NSB partijprogrammaboekje uit 1931. J. Varkevisser

Het animo voor de partij van Anton Mussert was in het vooroorlogse Rijnsburg niet groot te noemen. Hoewel de NSB zich in hun landelijke programma sterk maakte voor de kleine zelfstandige ondernemer vond deze boodschap echter weinig gehoor bij de eigenwijze Rijnsburgers. In de Tweede kamer verkiezingen van 1933 stemmen er geen Rijnsburgers op de NSB, en krijgt  de Algemene Nederlandse Fascistenbond slechts één verdwaalde Rijnsburgse stem. In de daaropvolgende verkiezingen van 1937 stemt 29,9% van de Rijnsburgse bevolking NSB en eindigt de partij met 46 stemmen op de zesde plaats. Rijnsburg blijft echter een gemeente die gedomineerd wordt door de ARP en de CHU. Waarbij de Gereformeerden op de ARP stemden en de Nederlands Hervomden op de CHU. Twee jaar later bij de Provinciale Staten verkiezingen van 1939 lagen de verhoudingen nog nagenoeg hetzelfde en kreeg de NSB slechts 42 geldige stemmen uit Rijnsburg.

Organisatie

De NSB was georganiseerd in Gewesten, Districten en Kringen. Als men de Nationaal Socialistische Almanak uit 1943 er op na slaat is Rijnsburg te vinden onder District 9, Kring 41. Rijnsburg viel o.a. samen met Katwijk,  Valkenburg, Noordwijk en Noordwijkerhout onder het Gewest Zuid Holland. Het Kringhuis van Kring nr. 41 was te vinden aan het Rapenburg 26 in Leiden. Van hieruit werden op hoofdlijnen de NSB activiteiten in de gemeentes Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg aangestuurd. Als groepsleider was Dhr. Tieleman uit Oegstgeest verantwoordelijk voor de Rijnsburgse afdeling van de NSB.

VOVA

Volk en Vaderland was van 1933 tot 1945 het weekblad van de Nationaal Socialistische Beweging in Nederland. Het verscheen in het formaat van een krant en iedere week werd overal in Nederland gecolporteerd. Eind 1940 bedroeg de totale wekelijkse oplage 40.000 exemplaren, waarvan 10.000 abonnees. De oplage steeg tot 70.000 exemplaren in de jaren 1941-1942 en in 1943 was de oplage zelfs gestegen tot 200.000 exemplaren. Naast colportage maakte men ook gebruikt van zogenaamde afhaalpunten. De Rijnsburgers moesten naar Oegstgeest voor een exemplaar van de Volk en Vaderland. Dhr D. van der Lelie woonachtig aan de Weth. Duivenvoordestraat 20 was aangesteld als de plaatselijke VOVA vertegenwoordiger voor Rijnsburg.

Activiteiten

Een NSB propagandakaart.

Een NSB propagandakaart. E. Wolthaus

Vanwege het geringe aantal actieve Rijnsburgse leden was er, in tegenstelling tot Katwijk, geen NSB Groepshuis. Bij activiteiten in Rijnsburg moest er gebruik gemaakt worden van openbare ruimtes of de accommodatie van een andere vereniging of organisatie. Op 31 oktober 1941 doet het Leidsch Dagblad verslag van een vergadering der Nationaal Socialistisch Beweging in het lokaal van de Rijnsburgse damclub. Op deze vergadering sprak Ds L.C.W. Ekering, een Hervormde predikant uit Amsterdam die volle zalen trok in het land vanwege zijn vermogen om de NSB boodschap goed te kunnen vertalen naar het niveau van het gewone volk.

Relletjes

Het kwam in de jaren voor de oorlog regelmatig voor dat NSB bijeenkomsten leidden tot onregelmatigheden. Hierbij gingen voor- en tegenstanders van de partij met elkaar op de vuist waarbij er gewonden en soms zelfs ook doden vielen. Om dit tegen te gaan werd in de jaren dertig het artikel 435a in het wetboek van strafrecht opgenomen. De politie kon mensen van de straat halen door gebruikmaking van dit zogenaamd uniform-verbod of NSB-artikel. Het artikel, stelt het openlijk dragen van bepaalde ‘kledingstukken of onderscheidingstekens’ strafbaar en de overtreders konden worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van maximaal twaalf dagen of een boete van 5000 gulden. Op 12 december 1939 kreeg ook het gemeentebestuur van Rijnsburg een schrijven van de Procureur Generaal van het Gerechtshof in de Den Haag waarin stond dat er bij NSB bijeenkomsten altijd voldoende politie aanwezig moest zijn en dat hard opgetreden diende te worden bij schending van artikel 435a.

Burgemeesters

In de oorlogsjaren heeft Rijnsburg tweemaal onder het bewind gestaan van een NSB burgervader. Als gevolg van de arrestatie van Burgemeester Höweler, na aanleiding van het versieren van de Wilhelminaboom in augustus 1941, werd op 15 oktober 1941 Mr. E. G. Bisschop als burgemeester geïnstalleerd in Rijnsburg. Bij zijn installatietoespraak in de versierde raadzaal gaf hij aan dat Nationaal Socialistische organisaties als De Winterhulp en de Nederlandsche Volksdienst op zijn volle medewerking konden rekenen. Namens Woningbouw Vereniging Spinoza sprak NSB huisarts Dr.F. L. enkele woorden tot Burgemeester Bisschop, gevolgd door Dhr. K. Z. als vertegenwoordiger van de Rijnsburgse Winterhulpafdeling. Stichting Winterhulp Nederland was opgericht op 22 oktober 1940 door Rijkscommissaris Seyss-Inquart en had tot doel om de maatschappelijke hulpverlening zoals verleend door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland over te nemen.

De samenwerking tussen Bisschop en de Rijnsburgse gemeenteraad was geen lang leven beschoren. Nog geen jaar later op 10 september 1942 meldde de Nederlandse pers dat Bisschop was geïnstalleerd als burgemeester van ’s Gravenzande. Zijn opvolger was voormalig burgemeester van Ouddorp Geert Hermans. Een man waarvan men eerst niet goed wist aan welke kant hij stond. Na zijn contact met mensen van de illegaliteit werd het duidelijk dat hij aan de goede kant stond. Zijn hulp aan het verzet werd hem noodlottig. De Gestapo arresteerde hem op 4 april 1944 en bracht hem via de gevangenis in Scheveningen over naar het concentratiekamp Neuengamme, waar hij op 18 april 1945 is overleden. Zijn opvolger was de NSB-er Ph. A.J. Schipper, een voormalig inspecteur van het Waterleidingbedrijf uit Ede.

Brood NSB-ers

Een NSB lidmaatschapsboekje.

Een NSB lidmaatschapsboekje. J. Varkevisser

De NSB-ers die Rijnsburg rijk was waren over het algemeen brood NSB-ers die zich meer bezig hielden met het overeind houden van hun bedrijf dan met de Nationaal Socialistische gedachte. J.G. B. de bloemengrossier, P. ten D. met zijn groentehandel, beide waren destijds lid geworden onder de impressie dat ze het beter zouden krijgen onder het bewind van Mussert. Toch werden ze wel met een gezonde dosis argwaan bekeken. Tegen kleine Jan Den Haan uit de Burgemeester Meijboomstraat werd door zijn ouders gezegd; speel maar niet zo veel met de kinderen van de buren. Buurman J.  had een sigarenzaak op de hoek van de straat, en was lid van de NSB.

Dorpsgenoten

Toch hielden de Rijnsburgse NSB-ers zich gedeisd als het hun dorpsgenoten betrof. Het was geen geheim dat Rijnsburg in de oorlog een bolwerk van verzet was en dat er een grote stroom aan onderduikers het dorp passeerde. Toen Kees van Starkenburg een joods meisje in huis had genomen ging hij dit gewoon van te voren even melden bij zijn NSB buurman Arie van I. die een huis verderop aan de Valkenburgerweg woonde. Met de mededeling dat van I. het niet zou overleven als het meisje ook maar iets zou overkomen was de zaak afgedaan. Het meisje is uiteindelijk tot na de bevrijding bij de familie Van Starkenburg in huis geweest.

Ach, die mensen dachten ook maar dat ze het beter zouden krijgen.

Anoniem

Over zijn dorpsgenoten die lid waren van de NSB, Mei 2015.

Arrestaties.

Bij de bevrijding werden de NSB-ers in Rijnsburg onherroepelijk door de BS gearresteerd. Onder hen bevond zich Burgemeester Schipper die met onmiddellijke ingang uit zijn functie werd ontheven en de gemeente-secretaris J.G.F. Meijers. Ook de dorpsarts Dr. L. werd gearresteerd en afgevoerd naar het interneringskamp Duindorp in Scheveningen. Meester D. de J. een leraar aan de Wilhelminaschool in de Kerkstraat kreeg een berisping voor Deutschfreundliche activiteiten en mocht als gevolg daarvan zijn beroep enige tijd niet uitoefenen. Gemeentesecretaris Meijers werd na een paar weken uit gevangenschap ontslagen en kwam niet naar Rijnsburg terug. Dr. L. werd door bemiddeling van Dhr. Simon Leenheer en burgemeester Höweler na enkele maanden opsluiting, in de vroege winter van 1946, vrijgelaten en door een groot aantal van zijn patiënten weer met gejuich binnengehaald.

 

Het klokkenschip met Rijnsburgse lading Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook