Terug

De Stijkelgroep

Orde Dienst

De Stijkelgroep is ontstaan in het begin van de oorlog als een Orde Dienst (OD). Dit hield in dat deze na de oorlog het gezag moest voeren totdat de Koningin teruggekeerd was. Han Stijkel (Schuilnaam: dr. Eerland de Vries) was de leider van deze groep.

Willem van der Plas

Willem van der Plas Stcichting eregraf Stijkelgroep

De groep bestond waarschijnlijk uit ongeveer 80 leden. Leden van de groep waren onder andere politieagenten, studenten, officieren en kooplieden. Generaal-Majoor S. Hasselman nam het militaire deel van de groep voor zijn rekening. Er maakten drie katwijkers deel uit van de groep. De zwagers Willem en Arie van der Plas en Maarten Hoek. Laatstgenoemde was werkzaam als politieagent te Scheveningen.

De regering had Han Stijkel de opdracht gegeven om verzetsgroepen door het hele land samen te brengen, om zo een eenheid te vormen. Hiervoor reisden de leden van de groep het hele land door, wat zo af en toe nogal eens lastig was. Dit onder andere omdat in het begin van de oorlog de Persoons Bewijzen Centrale, die valse persoonsbewijzen maakte, nog niet bestond. Tijdens de reizen werden spionage gegevens verzameld en doorgegeven aan Org. Westerveld. Binnen de groep werden nogal eens blunders geslagen, mede omdat de ervaring met verzetswerk nihil was. Met belangrijke gegevens werd soms te onzorgvuldig omgegaan. Een andere activiteit van de groep bestond ook uit het ontvangen van opdrachten voor nieuwe operaties.

Een Katwijkse botter

Arie van der Plas

Arie van der Plas Stichting eregraf Stijkelgroep

Han Stijkel besloot op een gegeven moment om zelf de nieuwe instructies van de regering te Londen in ontvangst te gaan nemen. Via een politieorganisatie kwam hij in contact met de zwagers Willem en Arie van der Plas. Deze Katwijkers hadden een motorbotter, de KW133 “Eendracht”. Zij zouden Stijkel, Gude en Baud naar een punt op zee varen waar ze vervolgens opgepikt zouden worden door een duikboot. Er zou ook een rijke Jood meevaren. Deze zou geld aan de organisatie betalen in ruil voor de overtocht. Wat de leden van de groep niet wisten, was dat deze Jood eigenlijk een infiltrant was die voor de Sicherheitspolizei werkte. Al bij de planning was er verraad, want binnen de politieorganisatie die de KW133 geregeld had, waren er ook verraders. Toen ze wegvoeren uit de Scheveningse haven op 2 april 1941, liep alles mis. De Duitsers hadden de uitgang van de haven geblokkeerd. Alle mannen werden gearresteerd. Later zou blijken dat de heren van Dam en Wezel de groep had verraden.

Inmiddels was Maarten Hoek eveneens gearresteerd, hem werd spionage ten laste gelegd. Hij heeft in het Oranjehotel gezeten van 3 april 1941 tot begin maart 1942 in cel 578, daarna tot 25 maart 1942 in de grote Strafgevangenis van Scheveningen.

Het aantal arrestanten liep al gauw op tot 47. Deze verbleven allen van 10 april 1941 tot en met 26 maart 1942 in het Oranjehotel. Op 26 maart werd de hele Stijkelgroep overgebracht naar Berlijn. Hier werden ze geïnterneerd in een drietal gevangenissen, namelijk de Wehrmachtuntersuchungsgefaengnis aan de Lehrterstrasse 3 te Berlijn, Untersuchungshaftanstalt Moabit en Untersuchungsgefangnis Charlottenburg.

Ter dood veroordeeld

Maarten Hoek

Maarten Hoek Stichting eregraf Stijkelgroep

In september 1942 kwam het tot een proces voor het hoogste Militaire Gerechtshof (Het Reichskriegsgericht). De aanklacht luidde: spionage en toebrengen van schade aan de Duitse Wehrmacht. Op 26 september 1942 werden de doodvonnisen van 39 leden van de groep bekend gemaakt. Zes leden van de groep kregen uiteindelijk gratie. Zij kregen een tuchthuisstraf opgelegd. 1 lid van de groep was overleden in de gevangenis.

Op 4 juni 1943 werden de 32 ter dood veroordeelde leden van de Stijkelgroep met tussenpozen van 5 minuten gefusileerd op een schietbaan in Tegel. Harald Poelchau, de gevangenispredikant, steunde de Stijkelgroep in deze moeilijke tijd. Hij was zeer onder de indruk van de houding van de Nederlanders.

Na de oorlog was het lot van de Stijkelgroep in Nederland niet zeker. De Duitsers hadden alles in verband met de groep geheim gehouden. De geëxecuteerde leden van de groep bleken begraven te zijn op een begraafplaats in de Russische sector van Berlijn. In juni 1947 werden de lichamen naar Nederland overgebracht. Onder zeer grote belangstelling werden de leden van de Stijkelgroep begraven op de begraafplaats Westduin in Den Haag.

De daders

De verraders van Dam en Wezel zijn in 1949 berecht. Tegen hen werd de doodstraf geëist. Bij de uitspraak werd deze gewijzigd in 20 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

De gevallen leden van de Stijkelgroep

Op 1 augustus 1947 vond een herdenkingsdienst plaats in de St. Jacobskerk te Den Haag voorafgaande aan de herbegrafenis van de leden van de Stijkelgroep op de begraafplaats Westduin. Deze herbegrafenis was mogelijk doordat de stoffelijke overschotten bij hoge uitzondering uit het oostelijk deel van Berlijn waren overgebracht naar Nederland. Voor 10 omgekomen leden, waarvan geen stoffelijk overschot is teruggevonden, is eveneens een kruis geplaatst.

Tolo Saryusz Makowski Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook