Terug

Voor bewezen diensten aan de L.O.

Onderduikers

Onderduikers en Rijnsburg zijn twee woorden die in de oorlogsjaren in één adem genoemd konden worden. Het onderbrengen van Joodse kinderen en verbergen van onderduikers die opgeroepen waren voor de arbeitseinsatz waren in het dorp aan de orde van de dag. Dit was uiteraard niet geheel zonder risico, en dat besefte men maar al te goed. Maar gedreven door een standvastig geloof in God en een gezonde dosis lef namen vele Rijnsburgers het risico om zich te bekommeren om de vluchtelingen. Om deze mensen te ondersteunen met geld en distributiebonnen werd medio 1942 de L.O. , Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers opgericht.

Een vrouw aan het hoofd van een verzetsorganisatie

Het brein achter de grootste verzetsorganisatie tijdens de Duitse bezetting was een vrouw: Heleen Kuipers-Rietberg – tante Riek – uit Winterswijk. Deze moeder van vijf kinderen gebruikte haar contacten uit de Gereformeerde Vrouwenbond om een landelijk onderduikersnetwerk op te zetten. Ze werd eveneens gedreven door haar geloof – en een talent om leiding te geven. Een andere belangrijke figuur binnen de L.O. was Frits Slomp een dominee die Heleen en haar man ontmoet hadden na een kerkdienst. In de illegaliteit stond hij bekend als Frits de Zwerver. Hij reisde met de trein, stad en land af om mensen warm te maken voor hulp aan onderduikers. Overal kwamen plaatselijke afdelingen, die vrijwilligers moesten regelen die bereid waren onderduikers in huis te nemen. Er kwam een soort ‘ruilbeurs’ waar vertegenwoordigers van de afdelingen adressen uitwisselden. In het voorjaar van 1943 kwamen deze activiteiten onder extra druk te staan als er tienduizenden onderduikers bij komen: de bezetter had alle gedemobiliseerde militairen terug in krijgsgevangenschap geroepen, en velen van hen probeerden daaraan te ontkomen. Er was een schreeuwende behoefte aan onderduikadressen en de Landelijke Organisatie raakte op volle stoom.

Tegelijkertijd probeerde de bezetter het onderduiken moeilijker te maken door een extra barrière in te bouwen in het distributiesysteem. Het werd vrijwel onmogelijk om bonkaarten te krijgen voor derden; iedereen moest zijn kaart persoonlijk komen afhalen, wat voor onderduikers natuurlijk ondoenlijk was. De onderduikorganisatie ging hierop over tot het overvallen van distributiekantoren om illegaal aan bonnen te komen. Verantwoordelijk voor deze overvallen was de LKP (Landelijke Knok Ploegen). De medewerkers van de L.O werden voorzien van een speciaal legitimatiebewijs. Als men geld of bonnen nodig had, of onverhoopt door verraad moest vluchten kon men zich hiermee kenbaar maken bij andere L.O. afdelingen.

De L.O. in Rijnsburg

Toen het verzet zich ging organiseren in Rijnsburg sloot men zich deels aan bij de landelijke verzetsgroep Trouw, en deels bij de L.O. De L.O. was onderverdeeld in districten, waarbij Rijnsburg was ingedeeld bij district Leiden. Waarvan eerst Dhr. Zandbergen onder de schuilnaam Zaal en later J. Kromhout onder de naam W. Piera, districtsleider was. J. Kromhout was destijds benaderd door een aantal Rijnsburgers die hun krachten wilden bundelen en aansluiting zochten bij de landelijke L.O. Deze groep bestond uit zeven personen: Ds. Post, Nic van Polanen, Hendrik de Mooij, Dr. E van der Laan, Jac Kralt, C.P. van Egmond en Kromhout zelf. Jac. Kralt verzorgde het contact met de landelijke L.O. en het contact adres was bij Cor van Egmond in de Spinozalaan, dit was tevens het adres waar de benodigde bonkaarten werden bezorgd.

Net als elders was er ook in Rijnsburg grote behoefte aan bonnen en geldelijke steun om de vele onderduikers in hun levensbehoeften te kunnen voorzien. De landelijke  financiën waren afkomstig van de financierder van het verzet, het Nationaal Steunfonds. Ook werd er door de Rijnsburgse groep zelf geld opgehaald. Bij de oprichting van de groep was er afgesproken dat het geld dat men ophaalde maandelijks werd afgedragen aan H. van Iterson, die wel niet één van de zeven was, maar wel medewerker. Dat ging in de eerste maanden goed, totdat Kromhout de enige was die nog geld bij hem afdroeg. De anderen vonden het te omslachtig omdat het uiteindelijk toch weer bij hen terug moest komen. Kromhout wilde hierdoor afspreken om het aan Jac Kralt te geven, onder de voorwaarde dat men elke maand zou zeggen, zoveel ontvangen en zoveel uitgegeven. De rest voelde hier ook niet veel voor en gaven aan dat hij hen maar moest vertrouwen. Net als destijds in de Nederlandse maatschappij was er ook binnen de Rijnsburgse L.O. groep sprake van verzuiling, de vijf Gereformeerde ARP leden verschilden regelmatig van mening met de tweekoppige Hervormde minderheid.

Een andere medewerker van de Rijnsburgse L.O. was Anthonia Johanna van Kempen afkomstig uit Oudewater.  Op 18 december 1935 was zij getrouwd met Cor van Egmond. Uit het huwelijk werden geen kinderen geboren, maar ze hadden wel een pleegzoon. Deze was ook actief in het verzet. Als een ietwat stugge zwijgzame vrouw was zij uitermate geschikt voor het werk van de L.O. Zij en haar man waren de huisbewaarders van het Spinozahuisje in Rijnsburg en boden daar onderdak aan een joodse vrouw en haar dochter. Cor van Egmond was zeilmaker van beroep en had sinds maart 1929 zijn bedrijf aan de Spinozalaan 2. Hij maakte dekzeilen, autohuiven en wagenkappen, ook handelde hij in touw, olie en smeermiddelen.

Een onderscheiding

De L.O. onderscheiding uitgereikt aan het echtpaar van Egmond.

De L.O. onderscheiding uitgereikt aan het echtpaar van Egmond. E. Woltahaus

Na de oorlog kreeg het echtpaar Van Egmond voor hun bewezen diensten voor de L.O. een onderscheiding uitgereikt. Deze bestond uit een verzilverde plaquette bevestigd op een mahoniehouten plankje. Als ophanging was er aan de achterzijde een zilveren plaatje met een oog bevestigd. Hierin kon indien gewenst de naam van de ontvanger gegraveerd worden. Deze plaquettes werden uitgegeven door de Stichting LO-LKP en wel speciaal het ‘Centraal Bureau der LO’. De maker was de firma Mesker uit Schoonhoven. De Stichting Herinnering LO-LKP is voortgekomen uit reünies van de LO- LKP en heeft ten doel het geestelijke erfgoed van de LO-LKP in herinnering te houden. De geschiedenis van de LO-LKP werd kort na de oorlog vastgelegd in een tweedelig gedenkboek Het grote gebod. De LO-LKP heeft na de oorlog verschillende malen een herdenking gehouden. In 1946 vond een Landdag in Zeist plaats met duizenden bezoekers. In 1995 werd in Zwolle een herdenkingsdienst gehouden en een plaquette onthuld aan de Zuiderkerk, ter herinnering aan de eerste onderduikersbeurs die hier werd gehouden. In Heemse werd in 1997 een beeld onthuld ter nagedachtenis aan ds. F. Slomp, alias Frits de Zwerver.

De Rijnsburgse leden van de L.O. werden vereeuwigd op het verzetsmonument aan het burgemeester Koomansplein dat onthuld werd in 2006.

Nicolaas Bleichrodt, 1905-1982
Cornelis Adriaan Crena de Longh, 1918-2001
Cornelis Pieter van Egmond, 1904-1982
Pieter van Egmond, 1904-1964
Cornelis van der Gugten, 1905-1982
Hermanus Knipscheer, 1919-2000
Jacob Kralt, 1915-1978
Jan Kromhout, 1912-1989
Edzard Ebel van der Laan, 1910-1983
Johannes Jacobus Mooten, 1919-1977
Hendrikus de Mooij, 1910-2001
Nicolaas Wilhelmus Antonius van Polane, 1908-1994
Hendrik Post, 1900-1989
Antonie Roseboom, 1897-1962
Harmen Wolthaus, 1916-2002

De Stijkelgroep Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook