Terug

Baan van Starkenburg, de technische man van het verzet

De jonge Baan Van Starkenburg is onderweg naar de werkplaats van C.P. Van Egmond uit de Spinozalaan in Rijnsburg. Voorbij het Spinozahuis helemaal achterin het doodlopende laantje had Cor Klokkie, zoals hij in Rijnsburg bekend was, een klein zeilmakerijtjeVandaag de dag nog steeds in bedrijf als Oudshoorn & Van Egmond zonwering op industrieterrein het Heen in Katwijk. en handel in smeermiddelen.

Massieve banden

Baan was een handige knul die de Ambachtschool in Leiden had doorlopen om automonteur te worden. Het verloop van de oorlog gooide echter roet in het eten. Baan bleef thuis en hield zich bezig met het repareren van de fietsen van de hele buurt. Het grootste probleem was een tekort aan rubber. Rubber moest worden ingevoerd en dat was praktisch onmogelijk geworden. En voor zover er al rubber voorhanden was, gebruikten de Duitsers die voor hun eigen voertuigen.

Baan zaagde repen uit oude autobanden en spande die over de lengte van de velg van de fietswielen. Om ze daarna weer tussen de spaken door met ijzerdraad aan elkaar vast te maken. Baan had de tip gekregen om de massieve fietsbanden met canvas te versterken dus zodoende was hij onderweg naar de zeilmakerij van Cor Klokkie om te kijken of hij daar wat restjes kon krijgen.

Uit de Smidstraat

Baan Van Starkenburg werd geboren op 11 september 1926 als zoon van Cornelius Hendrik Van Starkenburg en Anna Clazina Christina Van Diggele.  Het gezin Van Starkenburg woonde in de Smidstraat waar de Baan de lagere school doorliep bij Meester Pieper. Ook grootvader Van Diggele woonde in de Smidstraat en had daar een kruidenierswinkeltje op de hoek van de Smidstraat en de Oegstgeesterweg.

Naar de polder

Begin jaren dertig verhuisde het gezin Van Starkenburg naar de Vinkenweg. Samen met de Voorhouterweg en de Elsgeesterweg vormde deze een klein buurtschapje in de Elsgeesterpolder. In de loop van de oorlog komt Baan in aanraking met het Rijnsburgse verzet. Bij zijn eerste ontmoeting met Cor Klokkie in diens werkplaats aan de Spinozalaan zegt deze tegen de zestienjarige Baan; “Zo, ben jij zo technisch? Dan heb ik een mooi klussie voor je”.

Vervolgens haalt Van Egmond een revolver uit de kolenbak en zegt; hier is een klein stukkie van weg, dat moet jij er maar bijmaken. het moment dat Baan ja had gezegd en het revolver weer werkend had gekregen, had hij steeds weer andere klusjes voor hem. Zeilmaker C.P. Van Egmond, alias Cor Klokkie, was gedurende de oorlog één van de kopstukken van het georganiseerde verzet in Rijnsburg.

Baan Van Starkenburg achter de draaibank tijdens zijn tijd op de Ambachtschool in Leiden. F. van Starkenburg

Wapendroppings

In de schuur achter het huis aan de Vinkenweg bracht Baan het grootste deel van zijn tijd door. Zijn hele gereedschapskist bestond uit een paar tangen, een hamer, een zaag een goede vijl en een klein handboortje. Hiermee deed hij zijn reparaties aan fietsen, maakte houten banden voor bakfietsen en deed af en toe een geweer of pistool. Bij gelegenheid vonden er Engelse wapendroppings plaats in de weilanden achter het Groene kerkje in Oegstgeest die later bij het Rijnsburgse verzet terechtkwamen. Deze werden dan onder andere verstopt bij Cor Klokkie in zijn werkplaats aan de Spinozalaan.Vernoemd naar de woning van de Leidse chirurgijn Herman Homan waar filosoof en wijsgeer Baruch Spinoza in 1661 zijn intrek nam. Bij het haastig nachtelijk vervoer van de wapens raakte er dan nog wel eens wat kapot of er was een onderdeeltje kwijt. Dit werd dan door Baan weer vakkundig gerepareerd of vervangen.

Opgevist uit de Rijn

Bij een volgend bezoek van Baan aan Cor Klokkie tilde deze een plank op in de vloer van zijn werkplaats en haalde daar een Hollandse karabijn uit die na de gevechten tijdens de meidagen van 1940 bij het pontje in de Oude Rijn was gegooid. Het geweer werd door Cor in een hengelfoudraal gestoken en door Baan meegenomen op de fiets naar huis. Met de hengels die uit de foudraal staken moest Baan langs de Duitse wachtpost die bij de smalle brug over het Oegstgeester kanaal stond. Na een week klussen in het schuurtje achter het huis werkte het geweerslot weer prima en bracht Baan het wapen tussen de hengels in het foudraal weer terug naar Cor Klokkie. Echter toen deze door de loop van het geweer keek zat dit nog vol met klei uit de Rijn en barstte vervolgens in schaterlachen uit.

Een naoorlogse foto van het ouderlijk huis aan de Vinkenweg. F. van Starkenburg

Kluis

Niet alle klussen waren een succes. Op een gegeven moment werd Baan door het Rijnsburgse verzet benaderd voor een serieuze verzetsactie. NSB-er Ph. A.J. Schipper was na de arrestatie van burgemeester Geert Hermans aangesteld als nieuwe burgmeester van Rijnsburg.  In de brandkast in het Raadhuis lagen een aantal gemeentestempels die het verzet nodig had om persoonsbewijzen en andere documentatie te vervalsen. Om in de kluis te komen moest er een gat geboord worden op de tiende van een millimeter, maar dat ging zelfs voor Baan en zijn boortje te ver. Later is het verzet er toch in geslaagd om de stempels te bemachtigen en na te maken. De blanco persoonsbewijzen, wapens en stempels werden bewaard op de zolder van de nabij liggende Rapenburg kerk aan de Vliet.

Geluk

Dat er ook momenten waren waarbij Baan door het oog van de naald kroop getuigd van het feit dat hij zich een keer in de buurt van Flugplatz Katwijk ophield en door de Duitsers staande werd gehouden. Baan werd onherroepelijk meegenomen en grondig aan de tand gevoeld. Uiteindelijk moesten de Duitsers hem laten gaan. Het feit dat ze vergaten hem te fouilleren heeft hoogstwaarschijnlijk zijn leven gered gezien het feit dat hij een revolver op zak had. Baan Van Starkenburg heeft weliswaar vanwege zijn jonge leeftijd nooit meegedaan aan gewapende verzetsacties, maar was wel degelijk onderdeel van de onmisbare groep mensen die met hun hand en spandiensten de ruggengraat van het Rijnsburgse verzet vormden.

Vastgelegd in boekvorm

Na de oorlog werden een aantal van de Rijnsburgse verzetsacties waarbij Baan in de oorlogsjaren betrokken is geweest vastgelegd in de roman “Een dorpsleger onder Gods vuurkolom”. Baan van Starkenburg werd Daan Starheim en C.P. van Egmond kreeg de naam Teun Rechthout mee. Riekus de Mooij, Rijnsburgse slager, wethouder en voorzitter van het Nederlands Christelijk Ondernemers Verbond schreef het boek als eerbetoon aan de groep die tijdens de oorlogsjaren hun huis en haard op het spel hadden gezet om verzet te plegen tegen de Duitse bezetter.

Rudolf Tappenbeck Volgende verhaal

Met dank aan de familie Van Starkenburg.

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook