Terug

Het pontje van Valkenburg

Het pontje over de Oude Rijn bij Valkenburg is van oudsher een begrip in de regio als zijnde een veerdienst die reeds honderden jaren bestaat. Met name tijdens de meidagen van 1940 was deze verbinding over de Oude Rijn tussen Oegstgeest en Valkenburg van groot strategisch belang voor zowel het Nederlandse als het Duitse leger.

Tarieven

Één van de vroegste meldingen van het Valkenburgse veer stamt reeds uit 1619, het betreft een brief uit waarin de heer van Valkenburg toestemming vraagt aan de Staten van Holland om de tarieven te mogen verhogen. In 1849 wordt het tarief bij Koninklijk besluit vastgesteld op 1 ½ cent en kinderen jonger dan 10 mogen voor een halve cent. Vreemdelingen en hun kinderen betalen resp. 2 en 1 cent. Reeds in deze periode werd er door de bezoekers van de Valkenburgse paardenmarkt veelvuldig gebruik gemaakt van het veer over de Oude Rijn.

Een ijzeren pont

Waar er voorheen met een roeiboot en later met een houten pont de reizigers overgezet werden, kwam in 1898 de eerste ijzeren pont in de vaart. In deze periode was de exploitatie van het pontje in de handen van de familie Zijderveld. De eerste ijzeren pont deed veertig jaar dienst en werd in 1938 opgevolgd door een bij de firma Akerboom uit Leiden gebouwde pont. Door zijn goede vorm was het een snelle boot die gemakkelijk door één persoon bediend kon worden. Vanaf 1906 werd de pacht van de veerdienst door de nieuwe pontbaas Dirk Bol overgenomen. Bol was tijdens de oorlogsjaren ook verantwoordelijk voor de bediening van het pontje.

Het Valkenburgse veer met pontbaas Zijderveld in 1896. Genootschap Oud Valkenburg

Op verkenning

Tijdens de vroege ochtend van 10 mei 1940 waren beide oevers van de Oude Rijn bij Oegstgeest en Valkenburg het toneel van een aantal Nederlandse verkenningsacties. Duitse luchtlandingstroepen waren geland bij vliegveld Valkenburg met de opdracht om de weg vrij te maken voor de bezetting van Den Haag. Duitse eenheden hielden zich op nabij het vliegveld, in het duingebied bij Wassenaar en in Katwijk aan de Rijn. Een eenheid van het Instructiebataljon 7-veldAfkomstig uit de Seelig-kazerne te Breda onder bevel van kapt. C. Tonnet.  werd er op uitgestuurd om de situatie in het dorp Valkenburg in kaart te brengen.

Vijftien manschappen gingen onder aanvoering van wachtmeester Lensen, per fiets over de Valkenburgseweg richting Oegstgeest. Aan het Valkenburgerveerpad bij de dakpannenfabriek van Sillevoldt werd halt gehouden. Piet van Stijn, zoon van de smid, ziet de soldaten op de oever naar hem gebaren en vaart snel de pont naar de overkant. Twee om twee wordt er overgestoken waarna de eerste twee soldaten al snel terugkomen met de mededeling dat er een Duitse patrouille achter de kerk zit. Lensen aarzelt geen moment en stuurt vier man links en vier man rechtsom de kerk. De Duitse patrouille wordt uitgeschakeld. Op dat moment vallen de Duitsers het dorp binnen en moet Wachtmeester Lensen en zijn mannen zich terugtrekken. Zij houden nog even stand maar moeten zich dan uiteindelijk toch overgeven.

We gaan, voor het vaderland!

Compagniecommandant 1-I-1RI res. kapt. mr. R. Bergmans

voor het vertrek richting Valkenburg, 10 mei 1940.

Later die dag raakten eenheden van 1-I-1RI bij de aanlegplaats van het pontje aan het Valkenburgerveerpad eveneens slaags met Duitse troepen die stelling hadden ingenomen aan de overkant van de Rijn. De eerste sectie van 1-RI met sergeant Gerard Hovingh, trok voorwaarts het Valkenburgerveerpad op tot aan de dakpannenfabriek van Sillevoldt. Vluchtende burgers kwamen hen tegemoet. Er werd verder getrokken tot aan de schuren van de dakpannenfabriek.

De sectie onder aanvoering van luitenant Geerts stelde zich in eerste instantie op achter de fabrieksgebouwen. Oversteken met het pontje was geen optie meer. De Duitsers hadden vrij zicht op het gehele Valkenburgerveerpad, dus men moest voorzichtig het pad oversteken om bij de schuren te komen waar men de dakpannen liet drogen. Hovingh besloot zelf een kijk te gaan nemen hierbij gevolgd door Sergeant Marinus Sakkers. Duits geweervuur volgde waarbij de negentienjarige Sakkers werd getroffen. Hij zou later die dag overlijden in het AZLAcademisch Ziekenhuis Leiden, nu het LUMC. te Leiden. Na een tweede verkenningspoging en beschietingen door Nederlands artillerievuur werd er tot terugtrekking besloten.

Oorlogsschade

Na de capitulatie waren de gebouwen aan beide oevers van het Valkenburgse pontje zwaar beschadigd. Er was aanzienlijke schade aan de gebouwen van de dakpannen fabriek Sillevoldt en de schoorsteen was ingestort. Aan de Valkenburgse zijde is het gedeelde pand van Paulus Noort aan de Oude Rijnkant en de slagerij van Van Kesteren aan de Hoofdstraat dusdanig beschadigd dat het afgebroken moet worden. Bij de Valkenburgse wederopbouw krijgt Slager Van Kesteren een nieuw pand aan de westkant van de Hoofdstraat en Paulus Noort aan de oostkant. Hierdoor kan tevens de bijna haakse hoek uit de Hoofdstraat omgebogen worden tot een flauwe bocht.

Opruimen

Na de capitulatie was bij de ligplaats van het pontje, aan het Veereinde, de aanmeerplaats van binnenvaartschepen die ingezet werden voor het afvoeren van de Ju-52 transportvliegtuigen die beschadigd waren geraakt bij de aanval op het vliegveld. De onderdelen die nog bruikbaar waren werden zorgvuldig gedemonteerd en vanaf Valkenburg per schip getransporteerd naar Duitsland. Wat niet meer te redden was werd als schroot afgevoerd. Van de Ju-52 die bij de slag om Den Haag betrokken waren lagen er schuiten vol met vleugels aan de Laakkade te wachten op vervoer terug naar Duitsland.

Het binnenvaart schip de Nathalie geladen met vliegtuigonderdelen ligt aangemeerd aan het Veereinde. E. Wolthaus

Die heb je zeker van de H.A.R.K. ? Volgende verhaal

Met dank aan het Genootschap Oud Valkenburg.

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook