Terug

Piet Kuijt en het massagraf op de Waalsdorpervlakte

Het aanzicht is verbijsterend en de stank is verschrikkelijk. Het is juli 1945 en op de Vlakte van Waalsdorp in de duinen van Meijendel bij Wassenaar is het een drukte van jewelste. In een duinpan is een massagraf gevonden en men is bezig met het opgraven van de slachtoffers.

Sleutelrol

Piet Kuijt wordt bevraagd door een journalist tijdens de opgravingen op de Waalsdorpervlakte. NIOD

De Katwijker Pieter Kuijt speelt een sleutelrol tijdens deze opgravingen. Hij heeft voorafgaand aan de opgravingen met zijn prikstok de plaatsen aangewezen waar de slachtoffers begraven liggen. Nu zit hij op een duintop en bekijkt meewarig het macabere schouwspel wat zich voor zijn ogen afspeelt. Een journalist is ter plaatse om verslag te doen van de opgravingen en heeft uitgebreid gesproken met Piet. Die op zijn beurt alle aandacht maar niks vindt en zijn hulp bij de opgravingen ziet als iets vanzelfsprekends.

Executies

Samen met de Haagse predikant G. Bos is Piet verantwoordelijk geweest voor het geven van de aanwijzingen die geleid hebben tot de ontdekking van het massagraf op de Waalsdorpervlakte. Zowel Gerrit Bos als Piet Kuijt waren tijdens de oorlog bij het uitoefenen van hun beroep in aanraking gekomen met de executies van ter dood veroordeelde verzetsstrijders. Deze zaten in afwachting van hun vonnis opgesloten in het beruchte Huis van Bewaring in Scheveningen, ook wel in de volksmond “het Oranje Hotel” genoemd.

Bajes Dominee

Gerrit Bos werd in 1936 beroepen bij de Nederlands Hervormde Kerk in Den Haag, en twee jaar later ook benoemd tot “bajes dominee”. Hij had dus, voordat de Duitsers de gevangenis in mei 1940 overnamen, al contact met de strafgevangenis en haar bewoners. Hij kreeg het uiteindelijk na veel moeite gedaan dat hij ook aandacht mocht besteden aan de geestelijke verzorging van de politieke gevangenen.

De Geuzen

Onder de slachtoffers in het massagraf bevinden zich ook de ter dood veroordeelden van het proces tegen de Geuzen verzetsgroep dat in februari 1941 groots in het nieuws was geweest. Op 13 maart 1941 om drie uur ’s middags had Gerrit Bos in zijn hoedanigheid als gevangenis dominee de executie van deze gevangenen bijgewoond. De locatie waar door de Grüne Polizei Duitse politie-eenheden die de dagelijkse politietaken moesten uitvoeren . de kuilen waren gegraven en waar na de executies de lichamen bedekt werden met ongebluste kalk had hij zich haarfijn weten te herinneren.

Ik beloof in deze ernstige tijden een goed Nederlands Geus te zullen zijn en mij geheel en onvoorwaardelijk te zullen houden aan de Geuzenwet en de commandantsvoorschriften.
Ik verklaar goed te vinden dat, zodra ik mijn belofte op enigerlei wijze schend, al mijn rechten en bezittingen overgaan op en ten bate van het Geuzenleger, of indien dit niet wordt opgeheven, op en ten bate van het Nederlandse staatsbestel”.

De eed afgelegd door de leden van de Geuzengroep.

Stille getuige

Kuijt was als helmplanter meerdere malen stille getuige geweest bij executies van verzetsstrijders die in de vroege morgen op het militaire oefenterrein op de Waalsdorper vlakte werden voltrokken. Piet kende het duingebied tussen Katwijk en Wassenaar als geen ander. Iedere duinpan, ieder prikkelbosje, elk dalletje kende hij op z’n duim. Als hij tijdens zijn werkzaamheden in het duin een vers gedolven graf tegenkwam werd deze plek onopvallend doch voor hem herkenbaar gemarkeerd.

Piet de Roe

Piet Kuijt op schoot bij moeder Lena. P. Kuijt

Pieter Kuijt, beter bekend als “Piet de Roe”, is helmplanter. Zijn bijnaam “de Roe” heeft hij gekregen nadat hij iemand op het strand met een stok achterna had gezeten. Helmplanter was een zwaar beroep dat hem door weer en wind langs het gehele duingebied van Katwijk, Wassenaar tot aan Scheveningen brengt. Steevast gekleed in zijn werkoverall en platte pet voorziet hij de opengestoven plekken in het duin van nieuw helmgras. Helm heeft lange wortelstokken die diep in de bodem doordringen, het zand vasthouden en zo afkalving van de kustlijn tegengaat. In de tweede helft van de Middeleeuwen waren het de Vlamingen die als eersten op grote schaal hun kust verstevigden met helmstuifdijken. Alle zwakke plekken in de duinenrij werden aangepakt. Wat later keken de Hollanders en Zeeuwen het kunstje af.

Helmplanter

Piet wordt geboren op 25 februari 1892 als oudste zoon van Jan en Lena Kuijt. Het gezin Kuijt bestaat naast Piet nog uit broer Arie, en zusters Aaltje, Arentje en Cornelia. Na onenigheid met broer Arie besloot Piet als helmplanter voor zichzelf te beginnen. Hij wordt hierbij ingehuurd onder andere de Leidsche Duinwater MaatschappijLDM, gaat vandaag de dag onder de naam Dunea. en de Gemeente Katwijk om allerhande onderhoud aan het duin te plegen. Hij wist het hier middels zijn opdrachtgevers het alleenrecht voor te verwerven.

Evacuatie

Uit zijn huwelijk met Arendje Klok worden niet minder dan negen kinderen geboren, acht zoons en één dochter. Het gezin Kuijt betrekt eerst een woning aan de Blommersstraat. Maar vanwege de afbraak ten behoeve van de Atlantikwall zijn ze gedwongen om dit huis te verlaten. Inmiddels is de verordening van kracht dat Katwijkers die niet vanwege hun werk verbonden zijn aan het dorp worden geëvacueerd om plaats te maken voor degenen die dit wel waren. In het kader van deze regel komt er een huis vrij en verhuisd het gezin vervolgens naar de Waal Malefijtstraat 107.

Stropen voor voedsel

Tijdens de oorlog worden de duinen tot Sperrgebiet verklaard en krijgt Piet ontheffing om vanwege zijn werk het duingebied te mogen betreden. Dit geeft Piet als fervente stroper de gelegenheid om hier en daar een konijn te strikken. Niet alleen voor zichzelf maar ook om andere mensen van voedsel te voorzien.

Op de vuist met de bezetter

Piet is niet bang uitgevallen. Als er een Duitser voor zijn dochter aan de deur komt gaat hij zonder aarzelen met hem op de vuist. Na een stevige vechtpartij in de gang weet hij de Duitser de deur uit te werken. Met als gevolg dat hij een dag later bij de Ortskommandant aan de Parklaan moet komen. Het voorval loopt uiteindelijk af met een sisser en Piet kan weer gaan.

NSB-ers

Op 23 juli 1945 zijn de opgravingen al een week aan de gang en zijn er inmiddels meer dan honderd lichamen gevonden. Het graafwerk wordt gedaan door voormalig NSB-ers die geïnterneerd zijn in de Scheveningse strafgevangenis. Het werk is zwaar en er wordt niet zachtzinnig met ze omgegaan. De gedetineerden worden gedwongen om soms met hun blote handen de lichamen uit te graven en worden hierbij geprikt met een bajonet waarmee eerst in de lijken gestoken was. Bij latere soortgelijke opgravingen ging het zover dat één gedetineerde hierdoor permanent verlamd is gebleven.

NSB-ers graven onder bewaking naar de stoffelijke overschotten van de gefusilleerde verzetsstrijders. NIOD

Identificatie van de lichamen

De schouwarts ter plaatse is bekende Dr. S.P.L. Hulst uit Leiden. Bij een eerdere opgraving van een soortgelijk massagraf in de duinen bij Overveen was hij ook betrokken geweest en had inmiddels de nodige ervaring opgedaan. Tijdens de identificatiewerkzaamheden draagt hij een lang lederen schort over zijn witte doktersjas en rubberen handschoenen tot elleboog lengte. Ieder lichaam wordt door hem grondig onderzocht alvorens het in een ruwhouten grafkist wordt gelegd.

De meeste lichamen zijn in een dusdanige verregaande staat van ontbinding dat identificatie aan de hand van kleding en gebit plaats zal moeten vinden. Iedere kist krijgt vervolgens een uniek nummer dat correspondeert met de bijbehorende aantekeningen van Dr. Hulst. Nadat de kist gesloten is worden ze in de bak van een reeds klaarstaande open vrachtwagen geladen en afgevoerd.

Dr. S.P.L. Hulst tijdens het identificatieproces van de gevonden lichamen. NIOD

Na de oorlog

Piet was gesloten van karakter en een man van weinig woorden, de oorlog had zijn sporen bij hem achtergelaten. Soms zat hij in zijn rookstoel volledig in zichzelf gekeerd en met zijn gedachten mijlenver weg. Een aantal voorwerpen uit de oorlog bewaarde hij zorgvuldig in een houten kistje. Wat er precies inzat wist niemand, soms kwam het kistje op tafel en bekeek hij de inhoud. Maar door anderen mocht er niet in gekeken worden. Wat het betekende wist alleen hij. De oorlog was voor hem een gedane zaak.

Hij wilde niets van enige vorm van eerbetoon weten. Het aanbod van een verzetskruis werd door hem steevast geweigerd en ook op de aftiteling van een tv programma over de Waalsdorpervlakte wilde hij niet vermeld worden. Net als velen andere getuigen van het oorlogsgeweld werd er tot zijn overlijden op 13 september 1972 door hem met geen woord meer over over zijn oorlogservaringen gesproken.

Dirk van Delft Volgende verhaal

Voor meer informatie over de Waalsdorpervlakte zie www.erepeloton.nl

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook