Terug

Van afbraak tot bouwplicht

De sloop

In 1943 komt het definitieve bericht dat er begonnen zal worden met de sloop van woningen aan de Katwijkse boulevard. Zo heeft de Boulevard zoals we die nu kennen, in die periode nog drie namen. Het noordelijke gedeelte heette Wethouder Van der Plaskade, het middenstuk was de Van Wassenaerkade en het Het zuidelijke gedeelte heette Van Melskade. Op de hoek van de Van Melskade en de toenmalige Varkevisserstraat staat het huis van Cornelis den Dulk. Gebouwd eind jaren dertig is het de plaats waar in vroeger tijden de bomschuiten naast de Vuurbaak het land op werden getrokken. Deze plek stond van oudsher bekend in de volksmond als het Skuytegat. Dat is ook de naam die Cornelis den Dulk aan zijn huis geeft. Het prijkt in grote letters op de gevel. Afkomstig uit een vooraanstaande Katwijkse redersfamilie stond Cornelis, na het overlijden van zijn vader in 1916, aan het hoofd van NV v.h. A. Den Dulk .  Op 23 februari 1933 was hij getrouwd met de drieëntwintigjarige Emilie Wilhelmine Schmitz,  afkomstig uit het Duitse Gelsenkirchen. Het stel krijgt twee dochters, Elly en Johanna. Het huis aan de Van Melskade ondergaat uiteindelijk net als de overige huizen aan de boulevard hetzelfde lot en wordt door de bezetter onteigend en gesloopt. Den Dulk met zijn gezin vertrekt naar elders.

Huize Skuytegat tijdens de oorlog.

Huize Skuytegat tijdens de oorlog. E. Wolthaus

Iemand die ook gedwongen wordt om te vertrekken uit de kuststrook is timmerman Willem Ouwehand. In 1943 start hij een aannemingsbedrijf in Wassenaar omdat zijn huis in Katwijk gesloopt is. Door werkgebrek in de oorlogsjaren start hij met klein timmerwerk in villa’s in Wassenaar. Zijn eerste werkzaamheden bestaan onder andere uit het ‘weg timmeren’ van radio’s welke anders door de Duitsers in beslag genomen zouden worden. In de periode na de oorlog was er voor hem geen sprake meer van werkgebrek en zouden hij en zijn bedrijf Ouwehand bouw een belangrijke rol spelen bij de wederopbouw en uitbreiding van het dorp.

Bouwplicht

Na de oorlog was er sprake van bouwplicht. Iedereen die voor de oorlog onroerend bezat in het gebied dat op last van de Duitsers was afgebroken, had recht op compensatie. Deze compensatie vond plaats in de vorm van een zogenaamde bouwplicht. Men kreeg op basis van het voormalig eigendom een kavel bouwgrond toegewezen. Iedereen met een eigen kavel werd verplicht om er weer een huis op te bouwen. Dit was echter niet voor iedereen financieel haalbaar, zodat er al snel een levendige handel ontstond in deze bouwplichten. Een groot aantal plichten belandden in de handen van aannemers en andere vermogende Katwijkers die hiermee veel geld verdienden. Ook de belasting pikte zijn graantje mee, de nieuw gebouwde panden waren immers aanzienlijk meer geld waard dan de huizen aan de vooroorlogse Boulevard. Er ontstond dan ook menig geschil tussen de bouwplichtigen en de Belastingdienst.

Ouwehand Bouw

Voor het aannemersbedrijf van Willem Ouwehand betekende dit gouden tijden met de bouw van nieuwe woningen. Na zijn dienstplicht te hebben vervuld in Nederlands Indië, kwam zijn zoon, Martin Ouwehand, ook in het bedrijf werken als timmerman. In het begin van de jaren zestig trok vader Willem zich langzamerhand terug uit het bedrijf. Wat in 1943 begonnen was als eenmanszaak groeit in de jaren vijftig uit tot een middelgrote onderneming. Projecten die door Ouwehand bouw in deze periode worden gerealiseerd zijn onder andere een gedeelte van de Boulevard, hotel Noordzee en het grootste gedeelte van de Koninginneweg en de Boslaan. Begin jaren zestig volgen de wijken Hoornes, de Koestal en Cleijnduin.

Ook Reder Cornelis den Dulk is fortuinlijk genoeg om een aantal bouwplichten te bemachtigen. Door zijn handel en wandel tijdens de oorlog is hij vermogend genoeg deze bouwplichten uit te laten voeren. In februari 1954 wordt door hem de eerste steen gelegd van een rij huizen vanaf het Vuurtorenplein tot aan de Seinpoststraat. Het huis grenzend aan het Vuurtorenplein dat hij zelf betrekt krijgt net als zijn voorganger weer de naam Skuytegat op de gevel.

Marijtje van der Plas, met op de achtergrond de drie huizen van vader Teun van der Plas.

Marijtje van der Plas, met op de achtergrond de drie huizen van vader Teun van der Plas. A. Barnhoorn

Niet iedereen die een huis op de oude boulevard had was in de gelegenheid om terug te komen op de nieuwe boulevard. Visserman Teun Van der Plas was voor de oorlog in het bezit gekomen van drie huizen aan de Van Wassenaerkade. Met zijn vrouw Hanna en zeven kinderen bewoonde hij één van de huizen. Antje de Jong, de moeder van zijn vrouw woonde ernaast en daarnaast weer een zwager van Teun, Willem de Jong. Na het overlijden van zijn zwager in november 1940 en zijn schoonmoeder in januari 1942 kwam Teun in het bezit van de twee naastgelegen panden. Toen men in 1943 werd gedwongen te vertrekken verhuisde het gezin Van der Plas naar een woning in de Mr. Fockstraat. Na de oorlog had Teun dan ook recht op drie bouwplichten.  Echter op de nieuwe Boulevard zelf was geen plek meer waarna hij drie kavels aan de Buitensluisstraat toegewezen kreeg. Hij besloot om er van één zelf gebruik te maken en deed de andere twee over aan de families van Duijn en Van der Plas. In 1954 was de bouwplicht van Teun Van der Plas afgewikkeld en kon het gezin verhuizen naar hun nieuwe woning aan de Buitensluisstraat.

 

Commando raid op Wassenaarseslag Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook