Terug

Vorderingen in Katwijk

Vorderen, als men de Van Dale hierop naslaat wordt de volgende betekenis gegeven; van overheidswege opeisen in tijden van nood. Na de capitulatie in mei 1940 werd het Nederlandse volk al snel geconfronteerd met een aantal Duitse vorderingsmaatregelen. Deze zouden in de loop van de oorlog eigenlijk alleen maar verder uitgebreid worden.

Verordeningenbladen

Vorderingsmaatregelen werden op last van de bezetter vanuit de gemeentelijke instanties bekend gemaakt en in de regel hier vanuit ook gecoördineerd. De wettelijke bepalingen die vorderingsmaatregelen mogelijk maakten werden gepubliceerd in de zogenaamde Verordeningenbladen voor het bezette Nederlandsche gebied. Dit was een periodieke publicatie die aan de gemeentelijke instellingen werd gestuurd waarop door de desbetreffende instantie werd afgetekend voor gelezen en begrepen.

Een verordeningenblad van 6 mei 1944. D. Hoek

Inkwartiering

De eerste vorderingen waar het Nederlandse volk mee werd geconfronteerd was de vordering van gebouwen en grond. De Duitse inval bracht naast militairen ook een heel ambtelijk apparaat met zich mee en voor beiden was onderdak en een vorm van infrastructuur nodig. Over heel Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg werden gebouwen gevorderd voor militaire doeleinden. Niet in alleen openbare gebouwen, maar ook bij particulieren vond inkwartiering plaats.

De hotels aan de Katwijkse Boulevard zaten vol met Duitse officieren en de twee grootste zalen van de Rijnsburgse bloemenveiling Flora werden opgeëist voor de opslag van Duitse voorraden. Voor de Duitse Ortskommandant werd een huis aan de Parklaan gevorderd en de Rijnsburgse kwekers kregen de opdracht op in de eerste instantie 10% en later de helft van hun teelgrond ter beschikking te stellen aan de voedselvoorziening.

Verdedigingswerken

Met de uitbreiding van het vliegveld Valkenburg en de start van de bouw van de Atlantikwall werden er ook de nodige Duitse bouwtechnische eenheden op Katwijks grondgebied gestationeerd. De Bauleitung der Luftwaffe KatwijkEenheden voor de bouw van Duitse verdedigingswerken en de onderhoud aan vliegvelden. werd gevestigd aan de van Melskade 72 en daarna, vanwege de afbraak ten behoeve van Sperrgebiet, in een aantal huizen aan de Nieuwe Duinweg achter het Katwijkse gemeentehuis. Het werkvolk werd onder andere gehuisvest in de gebouwen van het Missiecollege aan de Overrijn dat vanaf juli 1942 door de Duitsers gevorderd was.

Het gevorderde pand van de Bauleitung der Luftwaffe 7 aan de Nieuwe Duinweg. E. Wolthaus

Tekort aan alles

Naarmate de oorlog vorderde nam ook de schaarste toe. De crisisjaren en het langer voortduren van de oorlog dan verwacht hadden de van de Duitsers een noodlijdend volk gemaakt. Voedsel als kool en aardappelen werden niet gebruikt om er de Nederlandse bevolking te mee voeden maar werden massaal naar het Duitse achterland getransporteerd.

Vanavond kwam Van der H. zeggen dat ze dekens aan het vorderen waren. Iedereen zenuwachtig over het aanstaande verlies. Wij zullen trachten ze weg te stoppen maar op ieder bed één te laten liggen, maar niet de mooiste. In de krant werd ook weer melding gemaakt van het inleveren van koper, dus ik moet mijn kom ook weer verstoppen.

Dagboek van Petronella A. Boorsma, Katwijk 23 Juli 1942

Fietsen en radio’s

Medio 1942 werden ook zaken als dekens, fietsen en kostbare metalen gevorderd. In Katwijk werden er fietsen gedemonteerd en op zolder verstopt. De fietsen die wel ingeleverd werden belandden op de zolder van het Weeshuis aan de Voorstraat. Koperen voorwerpen werden begraven in achtertuinen en voor radio’s werd een geheime bergplaats getimmerd. Voor dit laatste kwam vanaf mei 1943 tot drie keer toe een oproep aan de Katwijkse burgerbevolking om hun radio’s in te leveren. Schoorvoetend werd hier gehoor aangegeven. Cornelis Varkevisser, directeur van de Visserijschool aan de Burgerdijkstraat was in het bezit van een zelfgebouwde radio en leverde deze op 5 juni 1943 in bij de Gemeente Katwijk.

Het ontvangstbewijs van Cornelis Varkevisser voor het inleveren van zijn radio bij de gemeente Katwijk. E. Wolthaus

Voor alles werd keurig een bonnetje geschreven, hun bezittingen zou men echter in de regel nooit meer terug zien. Ook huisraad, kachels en verwarmingsradiatoren waren niet veilig voor de Duitsers. Bij het vorderen van huizen en openbare gebouwen werden deze geroofd om elders dienst te doen.

Contactman

Voor het onderhouden van contact tussen de Duitsers en burgemeester Woldringh van der Hoop had de gemeente Katwijk ‘tijdelijk agent van Politie in buitengewone dienst’ Jan van Duijvenbode aangesteld. Van Duijvenbode was voorheen werkzaam geweest als handelsreiziger voor een Noordwijkse bloembollen firma op Amerika en Duitsland. In deze hoedanigheid sprak hij goed Duits en kon op die manier tolken tussen de burgemeester en de Ortskommandant op het vliegveld Valkenburg. Deze laatstse had ook het Missiecollege en de wachtpost bij de Sandtlaanbrug in het huis van Van den Vijver onder zijn beheer. Indien er dreigende maatregelen van Duitse kant op handen waren, speelde Van Duijvenbode de informatie door aan Pater Patricius Mikx en de burgemeester. Na het bombardement van 1943 op het college deed Mikx bij Van Duijvenbode zijn beklag over het ongevraagd vorderen van nog bruikbare bouwmaterialen door de Duitsers.

Schrijven van Patricius Mikx, de pater-econoom van het Missiecollege, die zijn beklag doet over het roven van materialen door de Duitsers na het bombardement van 1943. D. Hoek

Na de bevrijding

Het resultaat na de bevrijding was een groot gebrek aan gebruiksmaterialen bij de burgerbevolking en een grote woningnood als gevolg van alle afgebroken huizenOp last van de Duitsers in juni 1943 ten behoeve van de bouw van de Atlantikwall.. Na het vertrek van de Duitsers uit de Rijnsburgse veiling Flora trof men een onbeschrijfelijke chaos aan. Alle inventaris wat van hout was was opgestookt, kantoormeubilair gestolen en iedere kast en laatje ondersteboven gehaald. Ditzelfde gold voor de inventaris van het Katwijkse Missiecollege, deze was echter grotendeels terug te vinden op het vliegveld.

Een groep Duitse officieren maakt gebruik van gevorderde Katwijkse huisraad. E. Wolthaus

Mijn fiets terug!

‘Mijn fiets terug!’ schreeuwden de Katwijkers tegen de eerste Duitsers die zich weer op Neerlands stranden waagden. ‘Mijn fiets terug!’ schreeuwden ook de spandoeken bij het huwelijk van Beatrix en Claus. De bijzondere band die Nederlanders met hun fiets hebben, was de Duitsers overigens niet ontgaan. Toen zij in juli 1942 de vordering van 100.000 fietsen afkondigden ten behoeve van de Duitse troepen, was de reactie zo fel dat een Wehrmacht-commandant in zijn maandrapport noteerde: “Een buitengewoon schadelijke actie. Het ergste wat een Nederlander kan overkomen, is dat hij zijn fiets kwijtraakt. Hij wordt er bij wijze van spreken mee geboren.”

Widerstandsnest 238 Volgende verhaal

"Eerst mijn fiets terug!"

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook