Terug

Aad van Duijn-Kruijt

(Interview familie van Duijn, d.d. 18 juni 09)

Voor de oorlog

Aad van Duijn - Kruijt.

Aad van Duijn – Kruijt. E. Wolthaus

Ik was 15 jaar toen de oorlog uitbrak. Ik ging hier op de MULO, het laatste jaar. Dus ik heb nog eindexamen gedaan toen het al oorlog was. Mijn vader, Cornelis Kruijt, voer bij de koopvaardij en was eerste stuurman bij de Maatschappij Nederland vanuit Amsterdam. We woonden op de Boulevard nummer 30 naast het huis van mijn grootvader. Die had een groothandel in bouwmaterialen en was ook eigenaar van ons huis.

In de winter van 1939 was mijn vader langer dan anders thuis geweest. Meestal kwam hij kwam hij een paar weken thuis en moest daarna weer voor een maand of zes weg. Ze voeren vooral op Indonesië. Dat heette toen nog Nederlands-Indië. Het was allemaal nogal afgepast want als hij thuis was had hij ook nog dienst om te zorgen dat het laden en lossen goed ging. Hij had dan dus nog geen vrij en moest vaak alsnog naar Amsterdam. Maar die winter herinner ik me nog heel goed. Wij hadden thuis vier kinderen en leefden dus doorgaans met mijn moeder, maar als mijn vader thuis was, was dat altijd groot feest! Als familie van iemand die voer op de koopvaardij mocht je nooit aan boord van het schip komen. Maar mijn moeder had een zuster in IJmuiden wonen en als ze wist dat zijn schip binnen zou lopen ging ze stiekem kijken in de haven.

Afscheid

Ik weet dat we toen geschaatst hebben met elkaar op de binnenwatering. Het was een hele serie van koude winters in de oorlog, dat was heel opmerkelijk, maar ook des te zwaarder omdat je weinig te stoken had. Mijn vader is begin januari vanuit Nederland vertrokken naar een plaats in Engeland waar de lading geïnspecteerd zou worden. Het Verenigd Koninkrijk was al in oorlog met Duitsland en wij waren nog neutraal. Alle schepen die verder weg zouden gaan werden in zekere zin gecontroleerd of er geen goederen uit Duitsland kwamen of juist naar Duitsland vervoerd werden. De regering had daar vaste regels voor, hij moest dan naar de Downs. Dat was een gebied waar je dan onderzoek moest ondergaan. Daarna mocht je als achterblijver ook niet meer weten waar ze heen gingen. Het was een beetje griezelig allemaal, anders dan normaal. Er waren al Nederlandse schepen vergaan wisten we, waarschijnlijk als gevolg van aanvaringen met Duitse mijnen. Al met al, het was een ander afscheid dan anders.

Toen brak de oorlog uit en achteraf kun je je niet voorstellen hoe naïef we daar tegenover stonden. Het was een aanval zo onvoorstelbaar dat we wisten: dit moet oorlog zijn. Zoveel vliegtuigen hadden we nog nooit bij elkaar gezien. We woonden aan de Boulevard naast Hotel Brittenburg en we stonden om een uur of negen ’s ochtends op het balkon naar die vliegtuigen te kijken. Sommigen probeerden zelfs te landen en daarna zagen we er een in zee storten. Ik schrok daar vreselijk van en dacht: “Oh die mensen die er in zitten!” Ik vond dat verschrikkelijk en toen zei iemand die naast me stond “Joh da’s niet erg dat zijn moffen”. En dat is eigenlijk het eerste begrip dat je dan meekrijgt van een oorlog. Je moet het nooit meer erg vinden dat je vijanden gedood worden. Dat nam ik als kind eigenlijk meteen over. Zo moest je dus denken.

Geen inkomen meer

Een van de eerste dingen die de Duitsers deden was dat iedereen die voor de Geallieerden vocht of iets voor ze deed ook niet meer uitbetaald mocht worden. Op dat moment was ruim 90 procent van de koopvaardijvloot met meer dan achttienduizend opvarenden buitengaats. De Koningin en de regering waren naar Engeland gevlucht en waren deel geworden van de Geallieerden en dus voor Duitsland de vijand. Van de ene op de andere dag kreeg mijn moeder geen geld meer. Dat was eerst een vreselijke schok, hoe moeten we nu verder? Het was heel moeilijk allemaal. Het was wel zo dat wij direct geëvacueerde mensen uit Rotterdam in huis kregen. De huizen op de Boulevard werden zomers al verhuurd, dus er waren vaak al twee keukens en twee badkamers aanwezig. Het was een financiële noodsprong zodat ze toch wat geld kreeg. We moesten ook het dienstmeisje ontslaan en omdat ik al examen op de MULO had gedaan ging ik thuis maar helpen in de huishouding.

Bankier van het verzet

Er was toentertijd in Amsterdam een jonge bankier, Walraven van Hall genaamd, die zich het lot van de gezinnen van Koopvaardijvaarders aantrok en besloot om daar wat aan te gaan doen. Hij heeft met allerlei financiële constructies veel mensen van de Koopvaardij onderhouden. Later heeft het bankwezen ook veel bekostigd voor de illegaliteit en onderduikers. Dat was een hele klus om die zaken op te zetten en te organiseren. Van Hall is uiteindelijk op 26 januari 1945 na verraad gearresteerd en op 12 februari in Haarlem-Noord gefusilleerd. Hij heeft echter nooit een woord losgelaten. De hele oorlog door kwam er een meneer bij ons, eerst in Katwijk en later toen we geëvacueerd waren in Leiden om mijn moeder een envelop te brengen. Hij mocht natuurlijk zijn naam niet noemen en we kenden we hem ook niet, maar we zeiden altijd ‘Oh dat is het Oranjemannetje’. Want toen de Koningin weg was dachten we allemaal, hoe heeft ze dat nu kunnen doen! We waren er kapot van. Toen heeft een predikant een gedicht gemaakt wat al heel snel circuleerde in de vorm van een ansichtkaart. Zodat de vlucht van Koningin toch een punt van begrip werd en Oranje weer onze kleur.

Oh, dat is het Oranjemannetje!

Familie Kruijt

1940-1945

Nieuws van vader

Cornelis Kruijt.

Cornelis Kruijt. Mw. A van Duijn - Kruijt

Zo nu en dan hoorden we nog iets van mijn vader, maar heel weinig. Alles wat hij schreef werd door de Duitsers bekeken dus hij kon nooit zeggen waar hij precies was. Hij schreef dan bijvoorbeeld “we hebben de witte pakken weer aan” en dan wisten wij dat hij weer in Indië was. Hij wist wel dat hij geen soldij meer zou krijgen. Hij vond dat voor ons vreselijk moeilijk maar de regering in ballingschap had op iedereen van koopvaardij een beroep gedaan en dat vond hij een vanzelfsprekend iets. Het was een regeringsdecreet dat de Koopvaardij werd ingezet bij de Geallieerde strijd tegen de Duitsers, dus deed je gewoon. Het thuisfront vond dat ook heel vanzelfsprekend. Je kon gewoonweg niet terug.

Het is voor ons nog altijd een heikel punt dat er over de Koopvaardij zo weinig gezegd wordt als het over de oorlog gaat. Het is de bevolkingsgroep die de meeste mensen verloren heeft. Er zijn ontzettend veel mensen omgekomen en ook van de degenen die teruggekomen zijn hebben we later pas begrepen dat zij ongelofelijk zware tijden hebben meegemaakt. De schepen moesten onmiddellijk wapens en troepen vervoeren en waren dus een schietschijf voor de Duitse Luftwaffe. Op alle zeeën, zeker toen Japan ook mee ging doen.

Oorlog op de Javazee

Mijn vader was toen de oorlog met Japan uitbrak in Indië. Zij waren na de slag in de Javazee op 27 maart 1942 uit de haven van Tjilatjap vertrokken en net buiten de territoriale wateren toen ze een bericht kregen dat ze terug moesten naar Java want er waren nog veel hoogwaardigheidsbekleders die geëvacueerd moesten worden naar Ceylon. De bemanning wist dat dit een onhaalbare zaak was maar gaven toch gehoor aan dit bevel. Op 4 maart bereikte ze de Wijnkoopsbaai op Java en hebben toen op 6 maart heel veel mensen aan boord genomen, en om 20:00 uur de haven weer verlaten. De volgende morgen om 10:30 uur kwam er een Japans verkenningsvliegtuig over waarop de bemanning begon te schieten. Vervolgens werden er zes bommenwerpers van het Japanse vliegdekschip Hiryu gestuurd die het schip, de Poelau Bras, onder vuur namen en tot zinken brachten. De vier reddingsboten zijn toen in Semangkabaal op Zuid Sumatra aangekomen maar zonder mijn vader die was op de brug omgekomen, hij was 42 jaar oud. Dat was op 7 maart 1942. Er zaten op dat moment 5 Katwijkers op de Poelau Bras. Een van hen was matroos Dirk van Duijn. Hij is er niet in geslaagd om zichzelf in veiligheid te brengen en heeft de Japanse luchtaanval ook niet overleefd. Iemand met meer geluk is Katwijker Henk van het Woudt. Het lot wil dat hij zijn plaats op de Poelau Bras moest afstaan aan een gewonde matroos die zich op dat moment aan boord van een ander schip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland bevond. Van het Woudt had een opleiding als kanonnier genoten en moest op bevel van mijn vader mee op het andere schip dat grotendeels vrouwen en kinderen aan boord had. Tijdens de jaarlijkse 4 mei herdenking zegt hij altijd nog tegen me: “Ik heb mijn leven aan jouw vader te danken”.

NSB bekladdingen voor de deur

Er waren ook veel NSB’ers in Katwijk, Ik weet geen getallen maar het was toch een behoorlijke groep. Wij hadden er niet echt last van, maar je moest wel oppassen. Er zijn toch NSB’ers die plaatsgenoten aangebracht hebben. Er zijn Katwijkers omgekomen door verraad waarvan men ook wist wie dat gedaan had. Er zijn sommige namen die zitten nog steeds in mijn hoofd. Hun groepshuis zat aan de Zeeweg waar nu het kantoor van Notaris Verhees is gevestigd. Ze marcheerden dan op zaterdagmiddag met hun zwarte uniformen aan zingend door het dorp om te provoceren. En wij lachten ze dan uit! Toen gingen ze ’s nachts bij de huizen waarvan ze wisten dat er Engelsgezinde mensen woonden allerlei teksten op de grond kalken. Zoals “V = Victorie, Duitschland wint voor ons op alle fronten”. En dus ook voor ons huis. Mijn grootvader die naast ons woonde beschouwde het als een soort ereteken. Zo kon men juist zien dat er goede Hollanders woonden.

De afbraak

Aan ons leventje aan de Boulevard kwam een abrupt einde toen in april 1942 de Duitse maatregel werd afgekondigd dat alle huizen aan de Boulevard en een gedeelte van de straten daarachter ontruimt moesten worden. De huizen werden afgebroken en een muur verrees over de volle lengte van de Boulevard. Wij waren inmiddels geëvacueerd naar de Zeeweg en hadden daar een etage gekregen. Ik ben toen weer naar school gegaan in Leiden. Daarna is het hele gezin in Leiden gaan wonen. Want er kwam in november 1942 een verordening dat iedereen die niet economisch gebonden was aan Katwijk van het dorp af moest. Bij een schoolvriendinnetje uit Leiden konden we toen een paar kamers krijgen. Mijn broer heeft niet zo lang in Leiden gewoond. Hij heeft eerst een poosje bij mijn grootvader gezeten en is later bij Dr. Bouwman de tandarts op de Zeeweg ondergedoken. Dat was in het gedeelte van de Zeeweg waarvan de naam later is veranderd in Voorstraat. Mijn grootvader en een tante woonden daar ook vlakbij. Zolang er een tram reed gingen we dan in het weekend naar familie en vrienden die erg goed voor ons zorgden. Als er geen tram reed gingen we gewoon lopen, hoewel we amper nog schoenen aan onze voeten hadden. Toen we in Leiden woonden kreeg mijn moeder een telegram van het Rode Kruis dat het schip de Poelau Bras in de Javazee tot zinken was gebracht, maar dat de eerste stuurman was gered en op Sumatra in een interneringskamp zat. Wij waren dus opgelucht en blij maar mijn moeder zei, “Nee dat kan niet, want toen ik hem gedag zei en hij de deur achter zich dichttrok wist ik dat ik hem nooit meer zou zien”. Ze bleek dus achteraf wel gelijk te hebben. Mijn ouders hadden een heel goed en mooi huwelijk, het was een heel apart stel.

Strijd

Een scene uit de film Strijd, met geheel links Aad van Duijn-Kruijt.

Een scene uit de film Strijd, met geheel links Aad van Duijn-Kruijt. E. Wolthaus

Na de oorlog kreeg Aad in 1946 het aanbod om in een film te spelen. De film genaamd “Strijd” speelde zich af in de Leidse Raadsheren buurt en was een zwart-wit productie zonder geluid. De maker was Herman Kleibrink een bekende Leidse fotograaf. De film geeft een geënsceneerd, maar indringend beeld van de invloed van de oorlog op het dagelijks leven tijdens de bezettingsjaren. Het verhaal begint bij een aantal buurtbewoners in de Raadsherenbuurt die te maken krijgen met schaarste, razzia’s, verzet, onderduikers, verraad en honger. De film eindigt met de bevrijding in mei 1945.

Piet Sik, een Rijnsburgse verzetsman Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook