Terug

Katwijkers in de Opbouwdienst

De Katwijker Gerrit van Duijn is met zijn eenheid op weg terug naar de kazerne aan de Hoefkade in Den Haag. Van Duijn was opgeroepen bij de Algehele Mobilisatie van 1939 en vervolgens als dienstplichtig soldaat ingedeeld bij het 4e Regiment Infanterie.

Gecapituleerd

Na vijf hachelijke oorlogsdagen bij de Hoornbrug in Rijswijk te hebben doorgebracht wordt de capitulatie afgekondigd. De Katwijkers Maarten van Duin en Klaas Ros zijn gesneuveld bij de gevechten om het vliegveld Ypenburg, de eenheid van Gerrit van Duijn wordt in reserve gehouden waardoor hij ongedeerd blijft. Alle Nederlandse troepen worden vervolgens door de Nederlandse legerleiding gesommeerd om terug te keren naar de kazernes waar vanuit zij op de vroege ochtend van de vijfde mei 1940 ten strijde zijn getrokken.

Ontmantelingsplan

Majoor J.N. Breunese. E. Wolthaus

Er werd vervolgens door de Duitsers geïnstalleerde overheid een ontmantelingsplan gemaakt voor het Nederlandse leger. Voor de meer dan 300.000 militairen moest een oplossing gevonden worden. Met de toch al hoge werkeloosheid was het niet wenselijk om al deze soldaten weer de burgermaatschappij in te sturen.

Als onderdeel van dit plan wordt op 15 juli 1940 de Nederlandse Opbouwdienst opgericht. Majoor Jacob Nicolaas Breunese wordt door de Duitsers aangesteld als commandant. Breunese is een bewonderaar van de Duitse Reichsarbeitsdienst en poogt dan ook de Opbouwdienst naar dit model in te richten. Een groot aantal Nederlandse beroepsmilitairen meldt zich vrijwillig aan maar de dienstplichtigen gingen verplicht over in de Nederlandse Opbouwdienst. Degenen die zich vrijwillig aanmeldden kregen een proeftijd van drie maanden om zichzelf te bewijzen. De organisatie bestond uit vier districten met elk tussen de tien en veertien corpsen.

Eerbied en waardeering scheppen voor den Arbeid.

Majoor J.N. Breunese, Juli 1940.

De Schop

Dit gold ook voor Gerrit van Duijn en zijn mede Katwijkers Jan Hoek, Henk Vis een zoon van de begrafenis ondernemer, Siem de Jong, Kees Nijgh en Piet Plokker. Na de capitulatie werden ze terug naar hun kazerne gestuurd. Daar moesten ze een paar dagen blijven en mochten vervolgens terug naar huis. Hierna moesten de mannen als dienstplichtig militair opkomen voor de Opbouwdienst, ‘De Schop’ werd dat in de volksmond genoemd. Dit omdat men geen wapen uitgereikt kreeg maar een schop. Ook was men geen soldaat meer, maar kreeg men de benaming ‘Werker’. De Opbouwdienst werd opgericht om verdere uitbreiding van werkloosheid in Nederland te voorkomen, maar ook dat men de gelegenheid kreeg om hun vakbekwaamheid bij te houden. Dit om de overgang naar werk in de gewone maatschappij makkelijk en mogelijk te maken.

Het Legioen

Je moest echter in die tijd wel op je hoede zijn. Wervingsofficeren van het Vrijwilligerslegioen Nederland gingen langs de Nederlandse kazernes met mooie praatjes over geld en glorie. Ook de Leidse kazernesDe Doelenkazerne, Morschpoortkazerne en de Witte Poort kazerne. werden bezocht. Van Duijn werd gelukkig op tijd gewaarschuwd door een andere Katwijker die daar ook gelegerd was. Hij zei nooit tekenen, want dan kom je bij de SS !

Werken voor niks

Van Duijn kreeg een witte driehoek als mouwembleem op zijn gewone militaire uniform. Er zou soldij uitgekeerd worden en als men kostwinner was, een additionele vergoeding. Er werd de Katwijkers verteld dat ze vijftien gulden per maand zouden verdienen, maar in werkelijkheid kregen ze er niets voor. De werkzaamheden van de Opbouwdienst bestonden in de eerste instantie uit het helpen met puinruimen, het vrijmaken van wegen en het herstellen van oorlogsschade. Ook in het geval van calamiteiten kon de Opbouwdienst worden ingezet. Op 2 september 1940 assisteerden leden van de dienst de brandweer en Luchtbescherming bij een uitslaande brand aan de Kattenburgergracht in Amsterdam.

Voor de Katwijkse mannen was verder geen werk in de buurt en men wilde toch wat verdienen.  Van Duijn was visserman en de visserij lag op dat moment nog nagenoeg stil. De Opbouwdienst was een alternatief voor hen. Breunese spreekt van een dienst van soberheid, zindelijkheid en tucht. In de praktijk was echter het moreel laag, de organisatie slecht en discipline ver te zoeken.

Vader weet raad

Maar zoals voor veel dingen in het leven geldt, als je erin zit kom je er niet zo makkelijk uit. De jonge Gerrit van Duijn zat er in en moest heel wat moeite doen om er weer uit te komen. Vader van Duijn is vervolgens naar meester Varkevisser gegaan, de directeur van de Katwijkse Visserijschool aan de Burgerdijkstraat. Die heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat Gerrit ontslagen werd uit de Opbouwdienst en weer naar zee kon.

Reeds na een half jaar na de oprichting werd de Opbouwdienst opgeheven. De manschappen die hierbij werden ontslagen mochten de ontvangen O.D. kleding niet meer in het openbaar dragen. Dit kwam voort uit het feit dat complete Opbouwdienst uniformen massaal te koop werden aangeboden. In januari 1941 viel bij alle voormalige dienstplichtige en beroepsmilitairen een schrijven in de bus. Dit in de vorm van een brief, een blanco inschrijvingsformulier en een envelop geadresseerd aan het Centraal Registratie bureau van de Opbouwdienst in Den Haag. Afkomstig van Majoor Breunese werd men hierin verzocht om dienst te nemen bij de Nederlandsche Arbeidsdienst.Een eerst vrijwillige en later verplichte werkinzetdienst en opvolger van de Opbouwdienst.

Een wervingsfolder van de Nederlandschen Arbeidsdienst. E. Wolthaus

 

 

 

Van afbraak tot bouwplicht Volgende verhaal

Kent U nog namen van Katwijkers die eveneens bij de Opbouwdienst gediend hebben? Laat het ons weten.

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook