Terug

Joop van Duijn

Een Katwijker met Indisch bloed

(Interview familie van Duijn, d.d. 18 juni 09)

Joop van Duijn

Joop van Duijn E. Wolthaus

Ik ben geboren in 1924 op Batavia. Mijn vader was gezagvoerder bij de Koninklijke Zeevaart Maatschappij, die voer in Indië alle eilanden af. Ik ben dus geboren in Batavia, een broer van mij in Singapore en een andere broer in Soerabaya. Het was net als bij de militairen: waar de vader zat, ging het gezin er achteraan. Mijn vader overleed in 1928 toen ik vier jaar was. En mijn moeder kwam met ons terug naar Nederland. Mijn oudste broer was op dat moment al in Nederland voor een studie. Het was vroeger een Indische gewoonte dat als je wilde studeren men terugging naar Nederland. Na zijn afstuderen zijn wij weer teruggegaan want hij was planter op een koffie onderneming. Dat heeft maar twee jaar geduurd want hij werd afgekeurd en toen zijn wij weer teruggekomen naar Holland. Dat heeft zo’n beetje geduurd tot 1939.

Terug naar Indonesië

Het postschip 'Oranje' van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' .

Het postschip ‘Oranje’ van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ . Fam van Duijn

Mijn oudste broer had tropische landbouw gestudeerd in Boskoop en een stukje grond weten te pachten in Indië. Je kon geen grond kopen in Indië, maar wel pachten. Het was een kleine onderneming op Zuid Sumatra waar hij wat groente verbouwde en kippen hield. Mijn broer had tijdens zijn tijd in Katwijk een vriendinnetje opgedoken waarmee hij in 1938 met de handschoen is getrouwd en die hem een jaar later volgde naar Indië. Ze heette Theodora Kerkheide en was net als ik geboren op Batavia. In het begin van 1940 werd er een baby verwacht en mijn moeder wilde daar graag bij zijn. Ook moest ze de financiële zaken van mijn broer een beetje op orde zien te krijgen, want die broer van mij had daar niet veel verstand van. Hij kon aardig met de kippetjes omgaan, maar dat was het dan ook wel. Mijn moeder is toen op 4 september 1939 met de eerste vaart van het mailschip ms. ‘Oranje’ van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ (SMN) via Kaap de Goede Hoop naar Indië vertrokken Dat was dus daags na het uitbreken van de Tweede Wereld Oorlog. De ‘Oranje’ loopt op 3 oktober 1939 onder grote publieke belangstelling de haven van Tandjong Priok op Batavia binnen. Het was de bedoeling van mijn moeder op half mei weer terug te keren naar Nederland. Je had in die tijd natuurlijk weinig correspondentie, dat ging allemaal per boot en dat duurde een maand. In Mei is zij weer teruggegaan naar Europa maar toen brak dus op 10 Mei de oorlog bij ons uit. De rederij was bang dat zijn schepen door de Duitsers geconfisqueerd zouden worden en liet de Johan Van Oldenbarneveld, het schip waar mijn moeder op zat, rechtsomkeert maken terug naar Indië.

Oorlog met Japan

Vervolgens brak de oorlog uit met Japan, na de aanval op Pearl Harbor. Mijn familie is vervolgens geïnterneerd in vrouwenkampen. Mijn moeder is op 14 april 1945 in het kamp Belalau overleden door honger en uitputting Mijn schoonzus, Thea, was haar op 16 januari 1945 al voorgegaan. Zij had inmiddels twee kleine kinderen in dat kamp op Sumatra. De kinderen en mijn broer zijn uiteindelijk wel teruggekomen uit gevangenschap. Mijn broer was geïnterneerd want hij was opgeroepen voor militaire dienst. Hij heeft toen voor de Japanners moeten werken aan de Pakanbaroe spoorweg op Sumatra. Na zijn vrijlating is hij met zijn twee kinderen terug naar Katwijk gekomen. We zaten toen in Katwijk maar we misten natuurlijk onze moeder en schoonzus. De kinderen van mijn broer waren inmiddels opgegroeid. In het kamp hadden ze een beetje onder supervisie gestaan van Australische en Engelse verpleegsters die daar ook gevangen zaten. In het voorjaar van 1946 kwamen ze sterk vermagerd samen met hun vader terug naar Nederland. De oudste woont nu in Vancouver, Canada en de jongste in Zuid Afrika. In Kaapstad om precies te zijn.

Opgepakt door de Duitsers

Terug naar Katwijk. Ik woonde inmiddels bij een oom en tante omdat mijn moeder in Indië zat. Ik zelf heb in september 1943, na een onbenulligheidje, problemen gehad met de Wehrmacht. Ik had een vriendinnetje hier in Katwijk, daar scharrelde ik een beetje mee. We gingen wel eens een wandelingetje maken en op een keer op een woensdagmiddag liepen we waar nu de Provinciale weg N206 is. Dat was toen nog niets meer dan een zandweggetje. Er liep een talud naar beneden en daar gingen we even zitten. Maar achter ons liep een telefoondraad, die kwam van de artilleriestellingen die je daar had in het weiland wat nu de het industriegebied is. Die draad liep naar het opperkommando in de grote bunker in de duinen bij het fietspad. Ik kreeg toen een beetje ruzie met de dame in kwestie en heb met m’n stomme kop aan die draad getrokken wat dus de nodige storing op de lijn veroorzaakte. Er kwamen vervolgens twee soldaten naar ons toe waarvan een van hen mijn fiets pakte en die op de grond smeet. Ik heb toen gezegd: “wacht maar jongen, we krijgen je wel als de oorlog afgelopen is”. Dat heeft ‘ie waarschijnlijk begrepen en ik moest gelijk mee.

Onderduiken in Oegstgeest

Het Politiebureau aan het Haagseveer te Rotterdam.

Het Politiebureau aan het Haagseveer te Rotterdam. Fam van Duijn

Ik werd toen meegenomen naar een van die artillerie opstellingen en hij zei “we hebben net gegeten, ga jij de afwas maar doen”. Dat was dus allemaal niet zo erg, ware het niet dat juist op dat ogenblik er een controle was door een hoge Duitse officier, die zei: “wat doet die jongen hier?” Hij was er niet zo over te spreken en ik werd regelrecht doorgestuurd naar de Ortskommandant waar ik beschuldigd werd van sabotage en belediging van de Duitse Wehrmacht. Ik ben dus naar de Ortskommandant gebracht, die zat zelf op het hoekje van de Parklaan met daar om de hoek de huizen waar zijn stafbureau zat. Het was op zich een hele goede Ortskommandant. Die zag wel in dat de bezetting voor ons Nederlanders moeilijk was maar, “zij als Duitschers vochten toch ook voor ons tegen het bolsjewistische gevaar”en dat moesten we maar begrijpen. Enfin, toen heeft ie toch min of meer een hint gegeven en zei: “Morgenochtend wordt je opgehaald door de Grüne Polizei en ga je naar Arnhem. Zorg dus dat je tegen die tijd weg bent.” Ik ben toen samen met mijn broer diezelfde avond nog ondergedoken en kwam terecht in Oegstgeest. En daar ben ik toen uiteindelijk verraden. Ik zat toen in huis bij een oude Zeeuw die onderwijzer was geweest in Indië. We zijn toen tijdens het luisteren naar de Engelse radio door verraad opgepakt. Hij is naar Kamp Vught gebracht en ik naar Rotterdam. Naar het Politiebureau aan het Haagseveer in het centrum van Rotterdam. Daar werden tijdens de oorlog de politieke gevangen opgesloten.

Op transport

Van daar uit ben ik op 3 december 1943 met nog iemand overgebracht naar Kamp Amersfoort. Ik kreeg daar de status van onderduiker, en als je daar als onderduiker zat werd je tweeënhalve maand opgesloten om daarna op transport gesteld te worden naar Duitsland. Ik ben naar Duitsland gebracht en kreeg daar gelukkig de status van contractbreker. Dat was gunstiger want dan kon je na het uitzitten van je straf terug naar je eigen baas. Die ik weliswaar nooit gehad had, maar goed. Als onderduiker stuurden ze je naar Polen, daar trokken ze je een SS pakje aan en kon je als Frontarbeiter de Polen achter hun kont aanzitten. Dat wilde ik dus niet. Ik was inmiddels in Duitsland aangekomen en moest me daar melden, dat heb ik een week lang niet gedaan. We zijn toen gaan lopen naar de grens en hebben eerst nog bij een boer gewerkt. Dat was een Westfaalse boer en dat liep uiteindelijk op ruzie uit. Ik heb toen een hooivork naar z’n kop gegooid en het op een lopen gezet. Bij de Nederlandse grens aangekomen zijn we toen op gepakt door de Nederlandse grenspolitie en weer teruggestuurd naar Duitsland. Daar kwamen we terecht in de beruchte Gestapo gevangenis te Kleve om later naar een strafkamp bij een fabriek in Düsseldorf over te worden gebracht. Daar ik heb ik gezeten totdat ik begin Mei 1944 werd vrijgelaten. Ik was vrij, maar mocht niet naar huis. Je moest in Duitsland blijven. We mochten wel corresponderen maar je kreeg geen verlof om naar huis te gaan. Ik heb toen redelijk goed werk gekregen in een levensmiddelenfabriek. We zaten toen eerst in een barakkenkamp, daar zaten ook Russische gevangen en dat was wel gezellig want die zongen ’s avonds als het goed weer was. Dat konden ze erg goed.

Bevrijd door de Amerikanen

Dit heeft geduurd tot ongeveer half oktober daarna kwamen de de Amerikanen. Ik ben vervolgens begeleid door Patton’s army om samen met arbeiders uit Nederland, Frankrijk en Italië nog een of twee weken bij elkaar te zitten zodat ons transport terug naar huis geregeld kon worden. We mochten alleen de rivier naar het noorden nog niet over dus zodoende heb ik een tijdje in Weert gezeten. Daar hebben we geholpen met het aspergesteken.

Daarna in juni 1945 mochten we eindelijk naar huis, de oorlog was afgelopen en ik dacht “wat nu”? Ik had me opgegeven voor een studie MTS waterbouwkunde, maar heb uiteindelijk voor de vliegtuigbouw gekozen. Ik heb een cursus gedaan en het was de bedoeling dat ik daarna bij de KLM de opleiding als boordwerktuigkundige zo gaan doen. Maar ik werd afgekeurd op mijn ogen. Van 1958 tot aan de opheffing in 1984 heb ik bij de Bescherming Bevolking gewerkt. Dat was een civiele beschermingsorganisatie die in 1952 werd opgericht om de Nederlandse bevolking in tijd van oorlog te kunnen beschermen. Ik ben daarna in de VUT gegaan en geniet sindsdien van mijn vrije tijd.

Geert Hermans, burgemeester in het verzet Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook