Terug

Dirk van Delft

Dirk van Delft tijdens de mobilisatie.

Dirk van Delft tijdens de mobilisatie. H. van Delft

“En toch mis ik er één…”

Dirk van Delft, een doodgewone kwekerszoon uit Rijnsburg, pas getrouwd en ongetwijfeld nog boordevol plannen, is het eerste Rijnsburgse oorlogsslachtoffer dat na de 10e mei te betreuren valt. Bijna 28 jaar oud en ingedeeld bij II 4-RI trekt Dirk met zijn eenheid op 10 Mei 1940 vanuit Noordwijk, over wat nu de provinciale weg is, maar vroeger niet meer dan een zandpad, naar Katwijk-Binnen om stelling te nemen achter de Rusthoek.

Daar wordt hij dodelijk getroffen door een verdwaalde kogel vanuit de richting van de Zanderij. Van het gezin Van Delft is anno 2009 alleen broer Henk nog in leven. Hij is de jongste van het stel en was toentertijd 16 jaar oud. Echter de gebeurtenissen op deze fatale dag in mei kan hij zich nog als de dag van gisteren herinneren. Wat nu volgt is een ooggetuigenverslag van broer Henk wat diepe indruk maakt en het verhaal verteld van soldaat Dirk van Delft.

Dirk wordt geboren op 26 juli 1912 als oudste zoon van het gezin Van Delft. Een gereformeerd gezin met vader Cornelis van Delft aan het hoofd. Er waren in totaal zeven gebroeders Van Delft. Dirk, Anton, Cor, Jan, Piet, Teun en Henk. Het gezin woonde aan de Sandtlaan en vader Van Delft had een kwekerij op het stuk tussen de Sandtlaan en de Spinozalaan. Achter het Spinozahuisje had je een perceel grond dat in de Rijnsburgse volksmond ‘De Havik’ heette. Daar werkten de jongens Van Delft allemaal mee in de kwekerij. Het was hard werken. Tulpen poten en land opperen, alles ging toen nog met de hand. Links voor het Spinozahuisje had je een schelpenpad en zo kwam je op de kwekerij. Je kon ook via de Baron van Wassenaerstraat maar dan moest je over een plank over de sloot. Toen Dirk voor zijn nummer op moest komen heeft hij te Leiden in de Morspoort kazerne gezeten. Dat weet ik nog heel goed want ze zijn wel honderden keren bij ons over de Sandtlaan komen marcheren vanuit Leiden. Ze gingen dan naar de schietbanen aan de Cantineweg.

Gemobiliseerd in Noordwijk

Hij is in September 1939 weer opgekomen tijdens de algemene mobilisatie en in Mei 1940 brak de oorlog uit. Hij had daarvoor ook al in dienst gezeten, maar hij was al weer een jaar of 6, 7 uit dienst en getrouwd. Dus hij moest als reserve opkomen want hij was al 28 jaar. Op 11 januari 1940 trouwde hij met Anna Marettha Glasbergen. Het huwelijk werd ingezegend in de oude Petra kerk door dominee Henk Post. Het was een strenge winter en er lag toen sneeuw.

Hij zat toen in dienst, maar hij lag in de buurt en kwam dus geregeld naar huis toe. Ik weet nog goed dat hij altijd m’n moeder gedag kwam zeggen als hij weer wegging. Dirk was gelegerd in een school in Noordwijk, in de buurt van de Gladiolenstraat. Ik geloof dat ‘ie er nog staat, het was een hoog gebouw.

Dirk tijdens zijn diensttijd tussen de tulpen in Rijnsburg.

Dirk tijdens zijn diensttijd tussen de tulpen in Rijnsburg. H. van Delft

De aanval

De reserve troepen uit Noordwijk werden dus opgeroepen en moesten met spoed naar Valkenburg toe. Daar waren Duitse parachutisten geland en het onderdeel van Dirk moest in de tegenaanval. Ze waren toen nog bezig met de provinciale weg, die was nog niet klaar. Waar nu de Chinees is in Katwijk-Binnen, was vroeger zo’n koffietent die heette “De Rusthoek” daarachter lig een stukje water met een bruggetje. Daar had je een stelletje oude huizen staan. In een van die tuinen daar lag Dirk in stelling. Ik meen dat het land van de familie Driebergen was, dat waren boeren uit Katwijk-Binnen. Je kon toentertijd helemaal naar Valkenburg kijken. Er stond voor de rest nog niets. Ze lagen daar dus in dat tuintje over dat slootje te kijken met nog een paar jongens en toen zei Dirk “Joh ik hoor schieten” en gaat staan om te zien waar het vandaan komt. Hij staat amper, krijgt een kogel in zijn achterhoofd en het was gebeurd. Ik heb nog nooit zo’n mooie dooie gezien, dat durf ik echt te zeggen. Hij had nooit geleden, het was met een klap meteen gebeurd. Toen hebben ze hem naar het baarhuisje gebracht op het graf bij de Dorpskerk in Katwijk-Binnen. Daarna hebben ze mijn neef gewaarschuwd, die gasten uit de buurt kenden elkaar allemaal. Hij lag in een geïmproviseerde houten kist. Het was niet meer dan een paar oude planken. Het was maar een noodoplossing.

Verschrikkelijk nieuws

Hetgene wat ik me het nog het best kan herinneren is dat die neef van mij, een jongen van Cor Zuiderduijn die woonde aan de Molentuinweg in Katwijk-binnen, bij ons thuis kwam zeggen dat Dirk was doodgeschoten. Hij kwam over de brug bij de Sandtlaan, dat was levens gevaarlijk met al dat schieten heen en weer. Langs het kanaal kwam hij het mijn vader vertellen. Niet waar mijn moeder bij was! Want hij zei “ik kan twijfelen want ik weet het niet zeker”. Maar m’n neef kon Dirk net zo goed als ik dus we gingen er vanuit dat het waar was. Hij zei “je kunt meegaan oom, maar ik weet zeker dat het Dirk is”. Toen is m’n vader meegegaan met het autootje van Piet van Klaveren. Piet deed zaken met bloemen in Utrecht, en had zo’n vrachtwagentje. Niet meer dan een luxe wagen die ze achter de cabine hadden afgezaagd en waar ze een laadbak op hadden gemaakt. Daar hebben ze toen een Rode Kruis vlag opgezet en zijn ze Dirk met de auto wezen halen in Katwijk-Binnen. Ze zijn onderweg nog beschoten ook toen ze over de Sandtlaanbrug reden. Met die vlag op de wagen dachten ze veilig te zijn, maar niets was minder waar.

Toen hebben ze hem naar zijn huis gebracht op de hoek van de Langevaart. Daar woonde vroeger Cor Kromhout, een grote kweker. Die had een groot huis en een voorkamer met serre over. Dirk en zijn vrouw hadden die na hun trouwen gehuurd. Hij was op dat moment pas drie maanden getrouwd. Hij stond dus thuis opgebaard en is daarna van huis uit begraven met militaire eer. Dat was op dinsdagmiddag en diezelfde middag zijn er toen bommen gevallen bij de Katwijkerweg. We stonden op het graf en toen vielen de bommen op Katwijk-Binnen. Hij is op vrijdagochtend om klokslag 08:00 doodgeschoten en op dinsdagmiddag begraven. Ik weet nog we hadden die dagen een handkar staan met tulpen van de koude grond, die zijn nooit meer naar de veiling gekomen. Die zijn allemaal regelrecht de vuilnisbak ingegaan. Hij heeft toen een hele mooie steen gehad van zijn kameraden van 2 II 4-RI. Later zijn mijn vader en moeder erbij gekomen maar de steen eronder hebben ze laten staan, daar waren ze toen zo blij mee. Joh je wist niet wat oorlog was ! We woonden aan de Sandtlaan en hadden nog nooit zoiets gezien. Mijn moeder zei toen “ik zal nooit meer kunnen lachen”. Het slijt wel weer, maar ze zei steevast bij elke verjaardag “en toch mis ik er één”.

Het graf van Dirk van Delft op de Gereformeerde begraafplaats aan de Sandtlaan.

Het graf van Dirk van Delft op de Gereformeerde begraafplaats aan de Sandtlaan. E. Wolthaus

Rettha, zijn vrouw, is vijf jaar lang weduwe geweest. Na de oorlog is ze getrouwd met Gerrit van Delft. Het eerste kind wat ze kregen is naar Dirk vernoemd. Vijf jaar lang, zeven dagen in de week kwam ze naar mijn moeder toe. Elke dag, al moest ze weg ze kwam altijd eerst een uurtje naar mijn moeder toe. Ze hadden een hele sterke band ! Ze was erg meelevend met mijn moeder, die had natuurlijk geen dochters en met zoons is het toch anders. De band met tante Rettha en haar nieuwe man is altijd aangebleven. Als er in de familie iemand overleden was gingen zij altijd voorop om de eerste plaats van Dirk over te nemen. De oudste van het gezin hoort voorop te lopen en omdat Dirk er niet meer was werd dat dan door tante Rettha en Ome Gerrit gedaan.

Het was de beste broer die je maar kon wensen, hij had een goud karakter. We waren allemaal stikgek met hem. Vroeger in mijn tijd moest je na schooltijd altijd meteen werken. Ik was twaalf jaar en dan moest je naar het land om kistjes te poten. Je wilde gewoon ook liever gaan voetballen, en dan zei Dirk tegen m’n ouders “kom laat die gasten toch een partijtje spelen, nu kan het nog”. M’n oudere broer Jan zei dan altijd “wij moesten vroeger toch ook altijd werken”! Maar Dirk nam het dan altijd voor ons op.

Door het oog van de naald

Mijn broer Piet zat ook in dienst, hij zat in Den Haag in de kazerne aan de Hoefkade. Die heeft gevochten op het vliegveld Ypenburg bij Rijswijk. Er was een Katwijker die had ook z’n zoon in dienst en na de capitulatie ging m’n vader samen met die man naar Rijswijk. Met de bus of tram dat weet ik niet precies meer, om te weten te komen of Piet nog leefde. Hij raakte dus aan de praat met die man en die zei dat hij maar één zoon had en die was gesneuveld. De naam van die jongen was Klaas Ros. Voor mijn vader en moeder was het een spannende tijd als je twee kinderen hebt die als soldaat in de oorlog moeten vechten.

Ik heb ook nog een broer gehad, Cor van Delft die heeft nog drie maanden in Kamp Amersfoort gezeten. Dat kwam omdat ze hier een Duitser hadden doodgeschoten. Toen zijn ze als gijzelaar meegenomen. Kijk, er zat een joods kind bij Piet Sik in de Dubbele buurt. Die heeft de ondergrondse tijdig weg kunnen halen. Maar een van die Moffen die het kind kwam zoeken hebben ze doodgeschoten. Als vergelding hebben ze toen veertig gijzelaars uit het dorp meegenomen. Na drie maanden werden ze vrijgelaten onder de voorwaarde dat ze niets over wat er in kamp Amersfoort was gebeurd mochten zeggen, anders zouden ze alsnog de kogel krijgen. Cor heeft er rest van zijn leven dan ook geen woord meer over gezegd. Hij kwam naar huis en de blauwe tram reed toen nog. Cor stapte uit bij de wissel bij de Valkenburgseweg maar hij was sneller thuis dan de tram voorbij het huis op de Sandtlaan reed. Zo wit als krijt en mager. Het waren angstige tijden.

Familie van Delft, met geheel rechts Dirk. Henk in het midden.

Familie van Delft, met geheel rechts Dirk. Henk in het midden. H. van Delft

Piet en Cor moesten voor Sperrtijd binnen zijn anders moesten ze naar Duitsland. We waren allemaal jongens in die leeftijd, Dirk was 28 en ik was 16,en de rest zat er allemaal tussenin. We zaten in de voedselvoorziening, de bloemenkassen moesten voor de helft gevuld worden met bloemkool andere groenten voor de Wehrmacht. In ruil daarvoor kregen we dan kolen voor de kachel. Dus we hebben nooit in de kou gezeten. Wij hoefden gelukkig niet naar Duitsland, maar als je technisch geschoold was kwam je in aanmerking voor de Arbeitseinsatz en moest je werken in de fabrieken. Maar wij kregen vrijstelling omdat wij in de voedselvoorziening zaten.

Ondanks die Ausweis moesten we dus wel allemaal voor 20.00 uur binnen zijn. Op een goeie dag is het na achten en komen er twee moffen van de Langevaart af. Die zien mijn broers Piet en Anton buiten staan. Die schoten snel het erf op die maar die moffen kwamen er meteen met een rotgang aan. We hadden op het erf twee van die grote betonnen ringen in de grond gegraven, daar sprongen ze in en trokken snel twee van die grote bollenkisten over zich heen. Het meisje wat bij ons thuis diende stond op dat moment af te wassen, zij werd door die moffen gevraagd waar die twee mannen gebleven waren. Ze verschoot van kleur maar zei, ik weet van niets, en ze wist natuurlijk ook van niets. Gelukkig hebben ze ze niet gevonden.

Jan van der Meij Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook