Terug

Commando raid op Wassenaarseslag

Help!

In de vroege morgen van 29 februari 1944 klinkt er hulpgeroep vanuit de branding voor de Wassenaarseslag. In het ijskoude water van de Noordzee vechten zes Franse commando’s wanhopig voor hun leven. Ze zijn in de nacht ervoor aan land gezet en hebben zich verborgen weten te houden in het duin. De mannen hebben geen schijn van kans en verdrinken allen jammerlijk.

Commandoactie

De commando’s zijn in de nacht van van 27 op 28 februari 1944 door een Britse motortorpedoboot vlak voor de kust bij de Wassenaarse Slag gebracht. Daar stappen ze over in een houten sloep die hen verder naar kust brengt, het laatste stuk leggen de mannen af in een rubberboot. Aangekomen op het strand wordt er radiocontact gezocht met de houten sloep die in afwachting van de terugkeer van de mannen op hen blijft wachten in het donker. Net als Kapitein Charles Trepel de aankomst van de mannen op het strand heeft gemeld aan de bemanning van de sloep wordt er vanuit de Duitse stellingen op het strand een serie vuurpijlen afgeschoten.

Een Duitse kaart toont de stellingen bij het Wassenaarseslag. Nationaal Archief

Londen

In de zomer van 1943 had dit gedeelte van de Nederlandse kust al de aandacht getrokken van inlichtingendiensten in Londen. Gezien het feit dat de Duitse kustverdediging hier minder sterk was, was men in Londen uitermate geïnteresseerd in de mogelijkheden om geheim agenten aan land te zetten. Het idee voor deze commando raids stamt reeds uit juni 1940, toen Kolonel Dudley Clarke aan premier Winston Churchill het concept voorlegde voor het formeren van speciale eenheden die aanvallen uit konden voeren op de vijandelijke kusten. Deze aanvallen konden worden gebruikt om inlichtingen te verzamelen en om spionnen in vijandelijk gebied te laten opereren. Om dit op te zetten en te coördineren werd het Combined Operations Headquarters (CO/HQ) opgericht. Er werd van hieruit nauw samengewerkt met de British Royal Navy en Airforce om, indien nodig, de commandoacties te ondersteunen vanuit de zee en de lucht.

CO/HQ

In oktober 1941 werd vice admiraal Mountbatten door Churchill benoemd tot het hoofd van het CO/HQ. Onder zijn bezielende leiding werden er talloze commando aanvallen van Noord-Noorwegen tot aan Zuid Frankrijk uitgevoerd. In grootte variërend van een paar man zoals bij Wassenaar tot aan het aan land zetten van een troepenmacht van meer dan 5000 man bij Dieppe in augustus 1942. De Duitsers waren door deze Geallieerde speldenprik aanvallen dusdanig getergd dat Adolf Hitler op 18 oktober 1942 hoogst persoonlijk opdracht gaf alle commando’s bij gevangenname te doden. Dit zogenaamde Kommandobefehl was hierdoor in strijd met alle bepalingen van het oorlogsrecht.

Operatie Madonna Able

In september 1943 kreeg men het startsein voor een opdracht die een aantal Engelse commando’s aan land zou zetten ter hoogte van de kust bij Wassenaar. Luitenant P.I. Bartholemew kreeg de opdracht de mannen te leiden. Een Engelse motor torpedo boot zou de mannen bij een maanloze nacht op anderhalve kilometer van de kust afzetten, waarna men in twee rubberboten aan land zou gaan. De opdracht was het verkennen van de duinenrij en na te gaan of er een mogelijkheid was om Geallieerde agenten aan land te zetten. Echter gunstig weer bleef uit, evenals de benodigde luchtdekking van de RAF. Tijd verstreek en Luitenant Bartholemew werd afgelost door kapitein P.A. Porteous, een ervaren commando die zijn sporen reeds verdiend had tijdens de landing bij Dieppe in ’42. Onder zijn leiding zou de raid uitgevoerd worden.

Op 26 oktober 1943 was het dan zo ver. Behoedzaam navigerend in dichte mist naderde Luitenant ter Zee D.G. Bradford met zijn MTB de Nederlandse kust. De kleinste fout kon hem recht voor de zware kustverdediging van Stützpunktgruppe Katwijk brengen. De houten sloep met de commando’s werd overboord gezet en de Operatie kon beginnen. Echter door onbekende redenen slaagden de commando’s er niet in op de Wassenaarse kust te bereiken. Contact met Bradford en zijn MTB bleek niet mogelijk waarna er werd besloten om te proberen terug te keren naar Engeland. Al peddelend werden de commando’s tenslotte door een Engelse reddingseenheid opgepikt.

Operatie Premium

Het wapen van het Franse 1er. BFMC waartoe Trepel en zijn mannen behoorden.

Het wapen van het Franse 1er. BFMC waartoe Trepel en zijn mannen behoorden. E. Wolthaus

Na het mislukken van Operatie Madonna Able werd er opnieuw door de Engelse marine-inlichtingendienst aangedrongen tot het uitvoeren van een verkenningsactie aan de Wassenaarse kust. Het draaiboek van Madonna Able kon worden gebruik zodat de nodige voorbereidingstijd minimaal was. Er werd gekozen voor de codenaam Premium en de Engelse commando’s werden vervangen door Franse van No. 10 Commando. Met behulp van een kaart van alle Duitse verdedigingswerken van Katwijk tot aan de Wassenaarseslag en van de kust tot aan Rijksdorp werd een plan opgesteld. De kaart gaf een beeld van een zwaar verdedigde kustlijn rondom Katwijk, Noordwijk en Scheveningen.

Kapitein Charles Trepel kreeg het bevel over de commando’s en Luitenant ter Zee Bradford zou wederom met zijn MTB’s aan de actie deelnemen. Op 24 februari 1944 om 16:00 ging Operatie Premium van start en werd er nogmaals koers gezet naar de kust bij Wassenaar. Echter rond 21:30 kwam men tot de conclusie dat de beschikbare navigatieapparatuur niet werkte en nam Bradford de beslissing om terug te keren naar de haven van Great Yarmouth.

Een volgende poging

Na de terugkeer in Great Yarmouth begonnen de commando’s zich voor te bereiden voor een nieuwe poging. Het bevel hiervoor kregen de mannen in de ochtend van 27 februari 1944. De overtocht verliep voorspoedig en de afgezien van temperaturen rond het vriespunt, waren de weersomstandigheden goed. De zee was kalm en er stond nauwelijks wind. Bij de nadering van de Nederlandse kust begon het licht te sneeuwen. Plotseling doemde er vanuit de duisternis een Duits konvooi op, geëscorteerd door een vijftal mijnenvegers. Echter de Duitsers zien Bradfords MTB 682 aan voor een Duits vaartuig en openen niet het vuur. Bradford laat vervolgens de schepen passeren en sluit zich aan bij de Duitse Schnellboote die achter het konvooi aanvoeren. Na een uur meegevaren te hebben in het vijandelijke konvooi, legt men met speciale apparatuur een rookgordijn aan en verdwijnt de MTB in de mist.

Even na middernacht wordt het punt bereikt waar de commando’s overstappen in de houten sloep en richting de Wassenaarse kust koersen. De laatste 30 meter worden afgelegd in een rubberboot. Wat er daarna op het strand gebeurde is niet helemaal duidelijk. De aanwezigheid van de Franse commando’s op het strand blijft niet onopgemerkt en een Duitse patrouille rukt uit. Links en rechts van de commando’s worden vanuit de Duitse stellingen vuurpijlen afgeschoten. Mogelijk zijn de commando’s door een struikeldraad gelopen die de vuurpijlen hebben doen afgaan. Om niet ontdekt te worden gaat de sloep verder uit de kust voor anker liggen. Verder radiocontact met de commando’s bleef uit zodat de sloep en de MTB’s bij het eerste ochtendlicht gedwongen werden terug te keren naar Engeland.

Een raadsel

Vanwege het slechte weersvoorspelling op 28 februari kreeg Bradford en zijn MTB’s een uitvaartverbod opgelegd. Zij werden hierdoor verhinderd om terug te varen naar het punt waar men de commando’s afgezet had om ze alsnog op te kunnen pikken. De hoop op een succesvolle afloop was hiermee definitief vervlogen. Inmiddels waren de rubberboot en vier van de zes lijken van de Franse commando’s in de vroege ochtend van 29 februari 1944 aangespoeld op het strand bij Wassenaar. Het betrof Jean Hagnéré, Jacquelin Rivére, René Guy en Roger Cabanela. Het lichaam van Captain Charles Trepel werd begin maart gevonden op het strand ten zuiden van de Wassenaarseslag. De zesde commando, Fernand Devillers, spoelde begin mei 1944 aan op het Scheveningse strand. Gezien de Duitsers niet konden achterhalen wie of wat de mannen waren die aangespoeld waren, werden ze allen als onbekende Engelse piloot begraven op de begraafplaats Westduin in Den Haag.

Zoektocht

Na de Duitse capitulatie werd er vrijwel onmiddellijk een onderzoek gestart naar de zes vermiste Franse commando’s. Al in de derde week van mei 1945 kreeg Luitenant Leopold Hulot de opdracht om af te reizen naar Den Haag. Hulot was een bekende van Charles Trepel en dit zou bij een eventuele identificatie goed van pas komen. Op 23 mei 1945 arriveerde Hulot in Den Haag. Het ondervragen van een aantal hoge Duitse officieren en voormalig Nederlandse verzetslieden liep echter op niets uit zodat na enige tijd Hulot onverrichter zake terug moest keren naar zijn eenheid in Bergen op Zoom.

Nauwelijks daar aangekomen kreeg hij wederom het bevel om af te reizen naar Den Haag. De Engelse inlichtingendienst deed onderzoek naar een aantal onbekende graven op de begraafplaats Westduin in Den Haag. Door de documentatie te vergelijken met de vermissingsdatum kwam men uit eindelijk op het spoor van de laatste rustplaats van Trepel en zijn mannen. De lichamen werden opgegraven en konden uiteindelijk worden geïdentificeerd worden als de zes vermiste commando’s. Trepel en Guy werden uiteindelijk begraven op de Franse erebegraafplaats in Kapelle, de overige leden van zijn team zijn naar Frankrijk overgebracht.

DU 1E BATAILLON DE FUSILIERS MARINS COMMANDO FRANCAIS DEBARQUES SUR CETTE PLAGE DANS LA NUIT DU 27 AU 28 FEVRIER 1944 ET TOMBES POUR LA LIBERTE DES PAYS-BAS

OP DIT STRAND GELAND IN DE NACHT VAN 27 OP 28 FEBRUARI 1944 EN GEVALLEN VOOR DE VRIJHEID VAN NEDERLAND ZIJ BEHOORDEN TOT HET FRANSE 1E BATAILLON DE FUSILIERS MARINS COMMANDO.

Tekst op de gedenksteen

Wassenaarseslag, 1985

Het monument ter herinnering aan de op 29 februari 1944 omgekomen Franse commando's.

Het monument ter herinnering aan de op 29 februari 1944 omgekomen Franse commando’s. E. Wolthaus

Monument

Op 3 mei 1985 wordt er bij de strandopgang aan de Wassenaarseslag een monument ter nagedachtenis aan de mislukte landing opgericht. Jaarlijks wordt hier op 27 februari door vertegenwoordigers van de Franse en Nederlandse strijdkrachten stilgestaan bij de gebeurtenissen op deze fatale dag in 1944. De zoon van Kapitein Trepel, André Charles Trepel is hier eveneens bij aanwezig.

Opdat wij hen niet vergeten.

Borculo in Valkenburg Volgende verhaal

Wil je bijdragen aan dit verhaal?

U kunt ons helpen door dit verhaal aan te vullen en waar nodig te corrigeren!

Heeft u nog materiaal dat wij kunnen gebruiken om dit verhaal nog beter te maken? Neem dan contact met ons op, zodat we onze website zo compleet mogelijk kunnen houden.

E-mail mail Facebook